Het dubbelbelastingakkoord tussen België en Frankrijk
Sinds 1964 hebben Frankrijk en België een dubbelbelastingakkoord om te vermijden dat bijvoorbeeld grensarbeiders in beide landen belast worden. Het akkoord legt onder meer de criteria vast die bepalen waar iemand zijn fiscale residentie heeft en dus belastingen moet betalen.
Het eerste criterium is de permanente verblijfplaats. Indien de betrokkene in beide landen een woning heeft, wordt gekeken naar de persoonlijke en economische banden. De persoonlijke banden hebben betrekking op de familie, de economische banden op werk en de plaats waar men zijn loon krijgt.
Ook hier kan iemand in beide landen persoonlijke en economische banden kan hebben. In dat geval wordt gekeken naar een derde criterium, de gebruikelijke verblijfplaats. Pas indien de belastingplichtige verklaart dat hij zijn gebruikelijke verblijfplaats over beide landen verdeelt, wordt de nationaliteit van de betrokkene in rekening gebracht. Enkel wanneer er sprake is van een dubbele nationaliteit of van een andere nationaliteit dan de Belgische of Franse dienen de autoriteiten van beide landen de knoop door te hakken.
Om fiscale vlucht tegen te gaan heeft de Franse minister van Economie Pierre Moscovici vandaag gepleit voor een heronderhandeling van de dubbelbelastingakkoorden met België, Luxemburg en Zwitserland.
Hij deed dat naar aanleiding van de aankondiging van Bernard Arnault, de rijkste man van Frankrijk, die zei een aanvraag te hebben ingediend om Belg te worden. Dat zorgde voor politieke deining in Frankrijk, waar de regering momenteel de laatste hand legt aan een fiscale aanslagvoet van 75 procent voor de hoogste inkomens.