Kleine Dexia-aandeelhouders krijgen deksel op de neus
Op de aandeelhoudersvergadering van Dexia, in Sint-Pieters-Woluwe, drukte voorzitter Jean-Luc Dehaene de hoop van enkele kleine aandeelhouders op enige vorm van compensatie voor hun verliezen de kop in. "Ik zou niet weten met welke middelen wij dat zouden moeten doen. De raad van bestuur heeft daar ook geen mandaat voor", klonk het.
Onder meer een Fransman die naar eigen zeggen dertig miljoen Dexia-aandelen had, nam het woord. De man zou veertig miljoen euro hebben verloren. Ook de voorzitter van een Luxemburgse beleggersvereniging vroeg naar eventuele compensaties.
Opvallend: bij beide interventies liet Dehaene uitschijnen dat de beursnotering het bedrijf tot last is. "Een beursexit zou misschien zo slecht niet zijn", klonk het, en "ik verberg niet dat er momenten waren dat zowel ik als Mariani vonden dat dit de zaken zou vergemakkelijkt hebben". Dehaene gaf aan de aandeelhouders toe dat het meest ideale scenario voor Dexia in oktober vorig jaar een "nationalisering in zijn geheel" was geweest. "Maar daar hadden de staten de middelen niet voor."
Op de vraag van verschillende aandeelhouders of er nu een kapitaalsverhoging nodig is, was de voorzitter duidelijk. "Niet dringend." Hij en Mariani beklemtoonden dat veel zal afhangen van de afwikkeling van de ontmanteling (bijvoorbeeld de verkoop van DenizBank en Dexia AM) en van de vergoeding die de groep moet betalen voor de staatswaarborgen. De CEO beklemtoonde ook nog het belang van de financiering bij de centrale banken. Dexia maakt momenteel voor 12 miljard euro gebruik van de noodkredieten van de ECB en voor 41 miljard van normale financiering van centrale banken.
Een belegger vroeg zich af waarom niet alle aandeelhouders gelijk worden behandeld, verwijzend naar de staatsgarantie voor de Arco-vennoten. "Ik sta in voor de gelijke behandeling van de aandeelhouders van Dexia, niet voor Arco", antwoordde de premier. "Een tsjevenantwoord", aldus de aandeelhouder, "Dat ben ik ook", repliceerde Dehaene.