Luikse staalindustrie, de kroniek van een aangekondigde dood
De geschiedenis van de Luikse staalindustrie gaat verder terug dan het ontstaan in 1830 van België. De aankondiging van de ArcelorMittal directie donderdag dat na de warme lijn in Luik, ook een deel van de koude activiteiten worden gesloten en 1.300 banen bedreigd zijn, betekent zowat het eindpunt van een bewogen stuk geschiedenis.
In 1817 richt de Engelsman John Cockerill in Seraing zijn eerste staalfabriek op, om het staal voor zijn weefgetouwen te produceren. In de daaropvolgende decennia ontwikkelt de staalindustrie zich tot haar hoogtepunt, tot ze begin de jaren tachtig de eerste klappen krijgt. Het merendeel van de staalactiviteit in Luik en Charleroi wordt dan samengebracht in Cockerill Sambre.
In 1998 staat het Waalse Gewest, tot dan hoofdaandeelhouder van Cockerill Sambre, het bedrijf af aan de Franse groep Usinor en in 2002 fuseert Usinor met Arbed en Aceralia tot Arcelor. Een jaar later beslist Arcelor de noodzakelijke investeringen in de warmelijnproductie voor te behouden aan zijn meest performante sites. Dat leidt tot de sluiting van de hoogoven van Seraing en die van Ougrée, midden 2005.
Mittal Steel verschijnt in 2006 ten tonele
Het Indische Mittal Steel neemt in 2006 Arcelor over, waardoor de groep ArcelorMittal wordt. Twee jaar later wordt de hoogoven van Seraing weer opgestart om in november al weer dicht te gaan. In 2009 sluit dan ook de gieterij. ArcelorMittal wil zo "zijn Europese productie aanpassen aan de lage vraag."
Nauwelijks enkele maanden later, in november 2009, gaat de staalwalserij van Chertal echter weer open en in april 2010 is het de beurt aan de hoogoven van Ougrée. Een en ander levert werk voor 600 arbeiders maar terugkerende sociale conflicten zorgen er voor dat de geïrriteerde directie in maart 2011 beslist de investeringen in de Luikse warme lijn te bevriezen.
In de zomer van 2011 komt die, zoals voorzien, stil te liggen en in augustus kondigt de directie aan dat de productie ook in het vierde trimester niet zal hernemen. Het is het voorspel van de definitieve sluiting van de warme lijn die op 12 oktober aan de vakbonden wordt meegedeeld. De hoogovens in Ougrée en Seraing gaan dicht, net als de continugieterij in Chertal. Bijna 800 banen gaan verloren.
In september 2012 dreigt de staalgroep een investeringsplan van 138 miljoen euro in koude lijnen in Luik in te trekken als er geen sociaal akkoord komt voor de herstructurering van de warme lijn. Op 30 november sluiten directie en vakbonden een voorakkoord van sociaal plan. De vakbonden eisen echter de voortzetting van de onderhandelingen over het industrieel plan.
Medio december kondigt een krant het vertrek aan - na 20 jaar - van de communicatiedirecteur in februari 2013. Hij zou niet vervangen worden.
Industrieel plan
Begin dit jaar klagen de vakbonden de bevriezing van het dossier aan. "De directie geeft geen antwoord meer sinds eind vorig jaar. Noch aan ons, noch aan de Waalse regering. De directie spreekt niet meer over een industrieel plan", aldus Egidio Di Panfilo (SETCa). Op 21 januari 2013 weigeren de vakbonden de conventie over de brugpensioenen te ondertekenen, omdat ze geen garanties zien over de industriële toekomst. Ze richten zich ook naar de Waalse regeringsverantwoordelijken.
Nog slechts 800 werknemers
Drie dagen later roept de directie een nieuwe buitengewone ondernemingsraad samen en kondigt de intentie tot sluiting van de cokesfabriek en van zes afwerkingslijnen aan. Na het nieuwe verlies van 1.300 banen, zullen nog slechts 800 werknemers overblijven in vijf koude lijnen bij ArcelorMittal in Luik. Dat is alles wat overblijft van de Luikse staalindustrie.