"Tobintaks niet in strijd met Europese regels"
De plannen voor een heffing op financiële transacties (FTT) in 11 Europese landen zijn niet in strijd met Europese regels. Ze vormen ook geen gevaar voor concurrentie in landen die niet deelnemen aan de FTT. Dat zei Europees commissaris Algirdas Semeta (Belastingen) na afloop van overleg met de EU-ministers van Financiën in de Litouwse hoofdstad Vilnius.
"Wij hebben het absolute vertrouwen in de juridische geldigheid van onze voorstellen. Wij verwerpen elke claim die stelt dat ons voorstel indruist tegen EU-regels", aldus Semeta.
Semeta ziet ook geen reden om het werk stil te leggen of andere maatregelen te nemen. Eerder deze week lekte een juridisch advies uit waarin wordt gesteld dat de heffing discriminerend is voor de niet-deelnemers. De plannen overstijgen de bevoegdheden van de landen op het gebied van belastingheffing onder internationaal recht, aldus het niet-bindende document.
Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Oostenrijk, Portugal, België, Estland, Griekenland, Slowakije en Slovenië willen een dergelijke heffing op de handel in aandelen en obligaties. Jaarlijks zou de taks 30 tot 35 miljard euro kunnen opbrengen. Met name de financiële sector en Groot-Brittannië zien niets in de plannen. De FTT is een belasting op grote, financiële transacties in het (internationaal) financieel verkeer.
De 'gewone' transacties van particulieren gaan hier niet onder vallen. Nederland staat niet per se afwijzend tegen een speciale taks, maar wil wel een uitzondering voor de pensioenfondsen en dat is in het huidige voorstel onvoldoende gewaarborgd.