Vlaamse industrie is voor helft buitenlands
Hoewel de productiviteit en de toegevoegde waarde stijgen, is de Vlaamse industrie erg kwetsbaar. Iets minder dan de helft (46 procent) van de Vlaamse industrie is in handen van buitenlandse multinationals. Die tekenen daarmee voor niet minder dan 56 procent van de toegevoegde waarde die in de Vlaamse industrie gerealiseerd wordt. Dat staat vandaag in de krant De Standaard op basis van het eerste rapport van het nieuwe Leuvense Steunpunt Ondernemen en Regionale Economie (STORE).
De werkgelegenheid in de industrie daalt: zowel in de buitenlandse multinationals als in de Vlaamse bedrijven die alleen in Vlaanderen produceren, en ook in de Vlaamse multinationals die zich intussen ontwikkeld hebben en al goed zijn voor een vijfde van de Vlaamse industrie. De meeste banen die deze laatste scheppen, bevinden zich nog in Vlaanderen, maar dat aandeel zakt; in 2010 was het al gedaald tot 54 procent.
De productiviteit is tussen 2001 en 2010 fors toegenomen in zowat alle Vlaamse industriesectoren. In de chemische industrie zelfs tot meer dan 200 procent. Op de textielsector na is ook in alle sectoren een stijging van de toegevoegde waarde te zien. Voor de Vlaamse minister-president Kris Peeters (CD&V), die het onderzoek bestelde, tonen de cijfers van STORE "dat Vlaanderen nog aantrekkelijk en competitief kan zijn".
Maar dat overwicht van buitenlandse multinationals brengt ook gevaren met zich mee. Als één van die bedrijven weggaat, heeft dat een grote impact op de werkgelegenheid en de welvaartcreatie.