Vlaamse regering verlaagt energiefactuur van 200 industriële bedrijven
Ruim 200 industriële bedrijven in Vlaanderen zullen minder moeten betalen voor hun energieverbruik. De Vlaamse regering voorziet voor dit jaar 38 miljoen euro voor 200 bedrijven. Die steun moet ervoor zorgen dat bedrijven niet delokaliseren naar regio's waar er geen of minder strenge uitstootbeperkingen bestaan.
Het probleem is niet nieuw. De energiekost is voor veel industriële ondernemingen een belangrijke kostenpost. De kosten voor het halen van de CO2-doelstellingen worden ook verrekend in de elektriciteitsfactuur van de bedrijven. Op die manier draaien zij mee op voor de financiële last van de aankoop van de emissierechten.
Die indirecte CO2-kosten verhogen de kans op delokalisatie van bepaalde bedrijven. Die bedrijven verhuizen dan soms naar regio's zonder uitstootbeperkingen. Dat wordt omschreven als "indirecte carbon leakage" of het "weglekrisico".
Om dat fenomeen te vermijden mogen Europese lidstaten onder bepaalde voorwaarden staatssteun toekennen. De steun mag echter de kosten van de CO2-prijs niet volledig dekken en moet ook in de tijd afnemen.
De Vlaamse regering beslist om 200 bedrijven te ondersteunen. Voor 2013 gaat het om ongeveer 38 miljoen euro. Het gaat bijvoorbeeld om bedrijven die actief zijn in de productie van koper, aluminium of in de vervaardiging van papier, karton en kunststoffen.
Volgens Vlaams minister-president Kris Peeters moet de maatregel de concurrentiekracht van de becdrijven versterken. Ook Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege is tevreden: "Dankzij deze maatregel vermijden we dat bedrijven in plaats van dat ze hun uitstoot beperken, verhuizen naar landen waar geen uitstootbeperkingen bestaan".