Wallonië moet tandje bijsteken inzake innovatie
Wallonië moet de omslag naar een meer dynamische en open economie dringend versnellen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een rapport over het Waals innovatiebeleid. Onderzoek en ontwikkeling in de regio hangen te veel af van buitenlandse investeerders. Waalse kmo's zijn te weinig innovatief. De OESO is wel positief over het marshallplan, het relanceplan van de Waalse regering. Dat plan werpt volgens de organisatie vruchten af.
In het rapport schetst de OESO een gemengd beeld van Wallonië. Streken als Waals-Brabant doen het goed, met bloeiende sectoren als scheikunde, biotechnologie en agrovoedingsindustrie. Henegouwen scoort dan weer slecht: te veel werkloosheid en te veel ongekwalificeerde werkkrachten. Het bbp van die provincie is zwak, ondanks de aanzienlijke Europese steun.
KMO's blijven achter
Wallonië moet meer dan ooit de kaart van de innovatie trekken, zegt de OESO. Voorlopig lukt dat niet voldoende. Enkele sectoren doen het op dat vlak goed, maar hun resultaten zijn niet voldoende om het hele economisch weefsel mee te trekken. Onderzoek en ontwikkeling blijven te veel afhankelijk van grote spelers in de farma- en scheikundesector. De kmo's doen het op dat vlak niet zo goed.
Marshallplan
En de overheid? Het marshallplan toont aan dat de politieke aandacht voor innovatie sterk is verbeterd. Wel vindt de OESO dat er een betere afstemming moet zijn met de Franse gemeenschap, die onder meer bevoegd is voor de universiteiten. Het innovatiebeleid is te gefragmenteerd, zegt de OESO.