"Progressie van landen met noodlening is groter dan erkend wordt"
De financiële crisis die de eurozone nu al een paar jaar in haar greep houdt, geraakt stilaan opgelost. Die overtuiging is Klaus Regling toegedaan, de topman van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het noodfonds voor eurolanden in problemen. Toch brengen de positieve indicatoren nog geen verbeteringen met zich mee voor de burgers.
Regling gaf die opmerkingen in de commissie Economische en Monetaire Zaken van het Europees Parlement. Het was voor het eerst dat de volksvertegenwoordigers de Duitser konden ondervragen.
Sinds 2011 verstrekten het ESM en zijn voorganger EFSF al voor 212 miljard euro noodleningen aan Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus. De resterende capaciteit bedraagt 450 miljard euro, bracht Regling in herinnering.
Alle landen die hulp ontvingen, hebben substantiële vooruitgang geboekt en banen zich een weg uit de crisis, zei Regling. "De vooruitgang is telkens een pak groter dan de media en de bevolking erkennen." Zo heeft Portugal het eerste handelsoverschot uit zijn geschiedenis opgetekend. Griekenland heeft dan weer een hervormingsprogramma doorgevoerd zoals geen enkel OESO-land dat ooit al gedaan had.
Nieuwe schuldverlichting
In november kaarten de ministers van Financiën van de eurozone opnieuw Portugal en Ierland aan. Het heeft volgens Regling geen zin om nu al te zeggen onder welke modaliteiten de twee landen hun respectievelijke hulpprogramma kunnen afsluiten.
Voor Griekenland lijkt er niets anders op te zitten dan een nieuwe schuldverlichting, zei nu ook de ESM-directeur. Opeenvolgende jaren van recessie hebben de voorspellingen over de houdbaarheid van de Griekse schuld doen ontsporen, klonk het.