Steeds meer Belgen moeten beroep doen op leefloon
Het aantal leefloners neemt in België toe en loopt momenteel op tot gemiddeld 94.947 begunstigden per maand. Dat cijfer ligt ver boven het peil van 83.038 leefloners voor de economische en financiële crisis van 2008. Het recentste maandelijks groeipercentage bedraagt 0,3 procent. Uitschieter vormt de categorie van leefloongerechtigden jonger dan 25 jaar. Hun aantal groeit met 2 procent. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers die de federale Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie heeft bekendgemaakt.
"Vandaag is één derde van de leefloners jonger dan 25 jaar", zegt Julien Van Geertsom, voorzitter van de POD Maatschappelijke Integratie. Hoewel het aantal leefloners globaal gezien toeneemt, is er in de grote steden (Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi) eerder een daling.
Terwijl het aantal vreemdelingen dat financiële steun krijgt van een OCMW in 2010 nog toenam met 24,5 procent, is er in 2012 een daling gekomen van 0,8 procent. Daarnaast daalt ook het aantal asielzoekers dat financiële steun krijgt.
De POD Maatschappelijke Integratie stelt vast dat er een kloof groeit tussen de gemeenten. Als beoordelingscriterium werd het netto belastbaar mediaan inkomen voor de personenbelasting per gemeente genomen. Het aantal steuntrekkers in gemeenten met een laag mediaan inkomen steeg van 19,7 (per 1.000 inwoners) in 2003 tot 26,9 in 2012. In gemeenten met een hoog mediaan inkomen nam het aantal steuntrekkers af van 7,8 (per 1.000 inwoners) in 2003 tot 5,5 in 2012.
Invaliditeitsuitkering
Ook het aantal personen dat een invaliditeitsuitkering uitbetaald krijgt, is in de periode 2007-2011 gestegen van 223.684 tot 269.499 bij de loontrekkenden en van 18.402 tot 20.315 bij de zelfstandigen. Dat blijkt uit het antwoord van staatssecretaris voor sociale zaken Philippe Courard op een schriftelijke vraag van Kamerlid Nadia Sminate (N-VA). Wie langer dan 12 maanden arbeidsongeschikt is, ontvangt een invaliditeitsuitkering.
Het aandeel invalide inwoners uit Vlaanderen en Wallonië steeg bij de loontrekkenden in de periode 2008-2011 licht van respectievelijk 53,3 tot 53,5 procent en van 35,3 tot 37,1, en dit ten koste van inwoners uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (van 9,9 tot 8,7 procent). Bij de zelfstandigen bleef het aandeel invalide inwoners uit Vlaanderen in deze periode rond 58,2 procent schommelen, terwijl het aandeel uit Wallonië (van 33,2 tot 34 procent) en Brussel (7,3 tot 7,5 procent) licht steeg.
Zowel bij loontrekkenden als zelfstandigen verminderde het aandeel invaliden van wie de woonplaats luidens deze statistiek onbekend is gevoelig.