Werkloosheidskloof eurozone bereikt recordhoogte
De kloof tussen het euroland met de hoogste en de laagste werkloosheid is nooit groter geweest. Dat blijkt uit het kwartaaloverzicht van de werkgelegenheid en de sociale situatie dat de Europese Commissie vandaag heeft gepubliceerd.
De almaar uitdeinende kloof tussen de sterke en zwakke landen in de eurozone beperkt zich niet tot de rentevoeten op de obligatiemarkten. In het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg de kloof tussen het land met de laagste werkloosheid (Oostenrijk, 4,5 procent) en de hoogste werkloosheid (Spanje, 25,1 pct) 20,6 procentpunt, een absoluut record.
Jeugdwerkloosheid blijft zorgwekkend
In het tweede kwartaal van dit jaar zaten 25,3 miljoen burgers in de Europese Unie zonder werk, een stijging met ruim elf procent ten opzichte van maart 2011. De jeugdwerkloosheid blijft intussen even zorgwekkend. Het EU-gemiddelde bedraagt 22,5 procent en enkel in Oostenrijk, Duitsland en Nederland is minder dan 10 procent van de jongeren werkloos.
Inkomens onder druk
De crisis hakt ook in op het gezinsinkomen. Dat is tussen 2009 en 2011 in twee op drie EU-landen gedaald. De grootste dalingen noteerde men in Griekenland (15,7 pct), Ierland (9 pct) en in Litouwen, Spanje, Cyprus en Hongarije (meer dan 4 pct). In Scandinavische landen, Duitsland, België en Frankrijk steeg het gemiddelde inkomen dan weer tijdens de crisis, maar ook in deze landen belanden meer mensen in armoede.
Uit het kwartaalverslag blijkt voorts dat ook het risico op kinderarmoede momenteel tweemaal zo groot is in Griekenland, Spanje, Portugal (meer dan 20 procent) dan in landen als Denemarken en Finland (10 procent).
"Sociale noodtoestand"
Trends als de constante daling van het beschikbare gezinsinkomen en de groeiende kinderarmoede zijn volgens de Europese Commissie "tekenen van een echte sociale noodtoestand". De Commissie hamert erop dat de regeringen dringend de sociaaleconomische aanbevelingen moeten uitvoeren die de Commissie eind mei aan elk land richtte.