Baby Charlie leeft amper 19 minuten nadat moeder herhaaldelijk abortus weigert
Carrie Curtis (20) wist dat haar ongeboren kind leed aan het syndroom van Potter, maar weigerde haar zoon te aborteren. "Ik wilde mijn zoon het beste leven geven dat hij kon hebben", vertelde ze aan de Daily Mail. De baby kreeg de naam Charlie en leefde 19 minuten. "Hij opende zijn ogen en keek me aan. Dat zal me altijd bijblijven."
Het syndroom van Potter wordt vastgesteld bij 1 op 30.000 zwangerschappen en zorgt ervoor dat de nieren zich niet goed ontwikkelen. Dit gebeurt al in de eerste weken van de ontwikkeling en is cruciaal: de nieren staan ook in voor de aanmaak van vruchtwater in de baarmoeder. Zonder nieren, geen (of weinig) vruchtwater en dat veroorzaakt oligohydramnion.
Dat betekent dat de baarmoeder niet uitzet en de baby niet goed kan groeien. Vooral de longontwikkeling blijft achter. Niet weinig baby's met het syndroom van Potter worden doodgeboren, wie toch levend wordt geboren, sterft bijna onmiddellijk na de geboorte omdat ze niet kunnen ademhalen (en dus stikken). Zelfs als het longprobleem zou verholpen kunnen worden, kan de baby niet overleven want hij heeft geen nieren.
Abortus geweigerd
Dokters stelden de aandoening vast na 18 weken zwangerschap. Er werd een abortus voorgesteld, die Carrie weigerde: de hartslag van de baby was te sterk, en voor de rest ontwikkelde hij wel normaal.
"Ik wilde hem het beste leven geven dat ik hem kon geven. Ik wist dat zijn kansen op overleven praktisch onbestaand waren, maar zolang hij een hartslag had, ging ikniet van gedacht veranderen. Hoe vaak ze me ook gevraagd hebben of ik zeker was."
"Ik ging elke twee weken op controle en telkens werd me gevraagd of ik de zwangerschap wilde beëindigen. Ze wilden gewoon niet luisteren!"
Te vroeg geboren
Tijdens de zwangerschap bereidde de jonge vrouw zich voor op het ergste. De bevalling kwam prematuur op gang: na 32 weken werd Charlie geboren op 29 december. Uiterlijk een perfecte baby, ondanks zijn gewicht van amper 1,8 kilogram.
"Het was een normale bevalling. Direct na de geboorte werd hij overgebracht naar een couveuse waar het medisch team probeerde om hem te doen ademen. Maar hij had zo goed als geen longen en er was niets dat ze konden doen."
In de armen van zijn mama
Baby Charlie werd in een handdoek gewikkeld en in Carries armen gelegd. "Hij was perfect en zag eruit zoals elke baby, niet anders dan anders. Hij was groot genoeg en al de rest was wel normaal ontwikkeld. "
"Ik hield hem vast terwijl het leven uit hem wegglipte. Een keer opende hij zijn oogjes en keek naar me. Dat zal me altijd bijblijven." Na 19 minuten was de baby overleden.
"Ik wist dat zijn kansen enorm klein waren, maar zolang er een kans was, kon ik hem niet opgeven. Toen ik hem had vastgehouden was ik erg blij dat ik dat niet heb gedaan."
Drie dagen samen
Carrie spendeerde nog drie dagen met haar zoon in het ziekenhuis. "Ik verbleef in een speciale suite voor ouders die hun kind verloren hebben. Ik mocht hem zolang als ik wilde vasthouden. Dat was moeilijk in het begin: je bleef verwachten dat hij zijn ogen zou openen, of zou bewegen maar dat gebeurde niet. Naarmate we er langer waren, vond ik troost in zijn aanwezigheid."
Geen steun
Waar ze het wel moeilijk mee had, was omgaan met de gevolgen van de bevalling. "Ik kreeg te maken met alle normale gevolgen van een bevalling, maar er was geen baby en ik kon er met niemand over praten. Dat was echt overweldigend en beangstigend." Charlie was haar eerste kindje en dus had Carrie geen ervaring om op terug te vallen.
"De hele zwangerschap kon ik maar een ding doen: me voorbereiden op het einde. Ik wist niet hoe het ging komen: werd het een miskraam, een doodgeboorte of niet? En als hij levend ter wereld zou komen, voor hoelang dan?"
Het gebrek aan steun raakte haar diep. Zo diep dat ze besloot zelf een organisatie op te richten in Charlies naam (Charlie's Angels'). "Het moet iets zijn waar mensen in het midden in de nacht naar kunnen bellen of kunnen langslopen voor een kop koffie. Er is te weinig bekend over het Pottersyndroom, zelfs bij het medisch personeel en dat moet veranderen."