Technieken om kinderen vroeger beter te leren praten
Een Britse spraaktherapeute, Nicola Lathey, is ervan overtuigd dat je kinderen veel vroeger echt kan leren praten door ze vanaf het moment ze geluidjes beginnen te maken (ongeveer vier weken) te stimuleren in de juiste richting. Tracey Blake volgde het advies van haar vriendin op. Resultaat? Haar dochter van 3,5 praat in volledige volzinnen, en haar zoon van een jaar kent al 7 woorden, waaronder kat, klap, mama en papa. Of dat te wijten is aan Nicola's (weinig opzienbarende) technieken, is niet duidelijk wegens niet onderzocht.
Het begon ermee dat Nicola bij een bezoekje opmerkte dat de kleine Minnie, toen 10 weken, 'erg babbelachtig' was. "We hebben net een hele conversatie gehad." Tracey dacht dat haar vriendin gek geworden was, tot die het uitlegde.
"Het begon met de kunst van de beurtrol. Nicola maakte oogcontact met Minnie en wachtte tot ze een geluidje maakte. Dan brabbelde ze iets van dezelfde lengte en keek verwachtingsvol naar Minnie, tot die een geluidje terugmaakte. Zo ging dat heen en weer, voor ongeveer vijf minuten. Het is de vroegste vorm van conversatie", legt Tracey uit.
Oud nieuws, nieuwe verpakking
Nieuw is de theorie van Nicola Lathey niet: algemeen worden ouders gestimuleerd te praten tegen hun ongeboren kind of baby omdat dat zowel de band met het kind als het taalgevoel van het kind aanscherpt.
Foetussen herkennen de stem van de moeder ergens tussen de 24ste en de 27ste week. Ze kunnen zelfs hun moedertaal herkennen nog voor ze geboren zijn. Kinderen waar vaak en vroeg (voor de tweede verjaardag) tegen wordt gepraat, scoren dan weer beter op taal-, lees- en rekentesten eens ze naar school gaan.
Tempo?
Volgens de 'normale' ontwikkeling praten kleuters van 3 à 4 jaar in korte zinnen van drie à 5 woorden, geen volzinnen. Peuters van een jaar brabbelen vooral, terwijl hier en daar een echt woord verschijnt.
Minnie en Monty praten sneller beter, volgens hun moeder toch, maar is dat wel te wijten aan de (weinig opzienbarende) technieken van Nicola? Kinderen ontwikkelen zich nu eenmaal op een eigen tempo en er zijn er altijd bij die vroeg praten.
Geïnteresseerd? Met deze technieken kan je proberen of je ook jouw kind sneller aan de volzinnen krijgt.
1) Zeg wat je ziet
Op wandel met je baby benoem je alles wat je tegenkomt of wat je aan het doen bent. Blijf in het 'hier en nu' (De poes slaapt), begin niet of wat er nog zal volgen (Straks wil de poes eten) of wat de gevolgen zijn van een bepaalde actie (als je poes wakker maakt, wordt ze boos).
Dat geldt ook voor spelletjes. Slaat je baby met de blokken tegen de grond? Zeg dan: "X slaat de blokken tegen elkaar" of plastischer: "boink boink doen de blokken".
"Door het geluid te benoemen, verbaliseer ik zijn gedachten. De volgende keer hij dat doet, zal hij mijn stem horen, het verbinden aan de actie en het uiteindelijk zelf willen zeggen".
2) Articuleer
Baby's zullen een woord maar leren gebruiken als ze het verstaan. Door eenvoudige woorden te gebruiken en deze goed uit te spreken help je ze een stap vooruit. Hoe kleiner het kind, hoe korter en eenvoudiger de zinnen. Niet "oei, de beer is gevallen" maar wel "beer gevallen" of "beer weg".
3) Wees consistent
Op latere leeftijd zijn open vragen een must om de taalontwikkeling van je kind te stimuleren, maar in het begin kan je beter alles kanaliseren in één woord. "Het kind leert sneller als je blijft hameren op één woord."
Als je kind wijst naar een beker of fles, zeg dan niet 'Heb je dorst?' of 'wil je melk of sap in je beker of fles?' maar wel: 'Drank. Jouw drank.'
4) Prijs je baby
Volgens de theorie van 'positief ouderschap' kan je je kind beter vertellen wat je wél wil dat ze doen, in plaats van te zeggen wat ze niet mogen doen. Niet: "Nee, laat de hond gerust" maar wel "Zachtjes met de hond".
5) Herhaal, herhaal en o ja, herhaal
We leren door herhaling en dat is voor baby's niet anders. Elke keer de kat voorbij komt, zeg je 'kat'. Elke keer in de auto, zeg je 'auto', elke keer je een luier ververst, zeg je luier.
Als je kind aanstalten maakt om het voorwerp of dier te benoemen, al is het maar dooreen (vage) klank, moedig je hem/haar aan en benoem je nog eens het voorwerp. "Ja, X een kat, goed zo. Flink hoor, kat."
6) Hou rekening met de context
Gebruik woorden in hun context. Leer je baby 'hallo' tijdens een spelletje met de telefoon of benoem de beweging die je maakt: 'op' bij het optillen en 'neer neer neer' bij het neerzetten.
7) Tien minuten per dag
Dat alles klinkt vermoeiend? Geen nood: tien minuten ononderbroken 'communiceren' per dag plus een verhaaltje voor het slapengaan doen al wonderen. Neem er de tijd voor, zet radio, tv en gsm af en richt je volledige aandacht op je kind voor tien minuten. Zorg dat je hoofden op hetzelfde niveau zijn.
8) Amuseer je
Taal ontwikkelt zich door spel, dus hou het niet te serieus of wees niet te streng.