Dikke kinderen hebben ook visueel meer moeite om te bewegen
Kinderen met obesitas worden in hun bewegingen niet enkel gehinderd door hun lichaamsgewicht, maar hebben ook meer moeite dan andere kinderen om visuele informatie te verwerken die nodig is om efficiënt te bewegen. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Ilse Gentier van de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit Gent.
Kinderen met overgewicht bewegen relatief weinig en vooral ook minder goed. "Tot voor kort nam men aan dat deze lagere motorische competentie vooral een mechanische oorzaak had: bij elke beweging moet immers overtollig gewicht mee verplaatst worden, en bovendien zijn deze extra kilo's ook anders over het lichaam verspreid dan bij kinderen met een gezond gewicht", aldus Ilse Gentier.
Visuele problemen
Gentier toonde aan dat obese kinderen van lagere schoolleeftijd (meer) moeite hebben met het verwerken van visuele informatie die nodig is om bewegingen nauwkeurig in te zetten en bij te sturen. Dat ontdekte ze na een vergelijking van de reactietijd en de capaciteit om bewegingen bij te sturen in taken met een verschillende moeilijkheidsgraad qua beslissingsniveau. Bij die oefeningen moesten de kinderen enkel hun hand bewegen en was de impact van de overtollige lichaamsmassa dus minimaal.
Gentier besluit: "Obese kinderen reageerden niet alleen trager en hadden meer tijd nodig om te beslissen, maar konden hun fijnmotorische bewegingen ook minder nauwkeurig bijsturen in vergelijking met hun leeftijdgenootjes met een gezond gewicht."
De nieuwe bevindingen kunnen leiden tot andere accenten in preventie- en behandelingsprogramma's voor obesitas bij kinderen.