"Leefloners vinden moeilijk hun weg in zorgverlening"
Volgens een studie van de Christelijke Mutualiteit (CM) blijkt dat nog veel van de mensen die recht hebben op een leefloon, te weinig in de juiste zorgverlening terechtkomen. De CM bestudeerde de facturatiegegevens van de leefloners voor het jaar 2010 en 2011.
Hieruit stelde zij vast dat een persoon met een leefloon te weinig de weg vindt naar de eerstelijnszorg. 63 procent van de rechthebbenden op een leefloon gaat minstens één maal per jaar naar de huisarts. Het contact met de huisarts is nochtans een eerste indicator van een goede gezondheidszorg. Bij wie regelmatig de huisarts consulteert, wordt veel sneller een mogelijk probleem ontdekt, zodat de persoon in kwestie sneller kan worden behandeld zodoende de medische kosten niet oplopen. Hiervoor is er al een alternatief, de wijkgezondheidscentra (WGC), maar dit fenomeen is volgens CM te weinig verspreid in de landelijke gebieden.
Ziekenhuis en geneesmiddelen
In tegenstelling tot de huisarts wordt het ziekenhuis en dan vooral de spoedafdeling meer gefrequenteerd door een persoon met een leefloon. Een leefloner krijgt van een ziekenhuisbezoek meer het gevoel echt verzorgd te worden. Bovendien is een ziekenhuisopname vaak ook een sociaal gegeven.
De CM ziet eenzelfde fenomeen bij het gebruik van geneesmiddelen. Leefloners gebruiken vaker antidepressiva omdat dit hen het gevoel van een uitvlucht uit de dagelijkse miserie geeft. Anderzijds vindt deze groep veel minder snel de weg naar antibiotica omdat dit te kostelijk is.
Communicatie
De CM benadrukt dat veel kosten kunnen worden vermeden door de preventieve gezondheidszorg, maar daar stoot de mutualiteit op een probleem. Volgens de studie ligt een gebrekkige communicatie in de sensibiliseringscampagnes aan het lage gebruik van preventieve gezondheidszorg.
Tot slot formuleert de studie nog enkele maatregelen. De aanpak van de gezondheidszorg voor leefloners moet de werking van de ziekenfondsen overstijgen. Er is nood aan een multidimensionale aanpak. Meer concreet vragen ze de ondersteuning van de WGC, benadrukken ze het belang van een duidelijke communicatie aangepast aan de doelgroep en moet er een nauwere samenwerking tot stand komen met de eerstelijnszorg.
Niet verrast
Het Netwerk tegen Armoede zei in een reactie niet verrast te zijn over de cijfers. "Het is goed dat de gezondheidskloof zwart op wit aangetoond wordt. Het beleid kan deze cijfers onmogelijk naast zich neerleggen", aldus de organisatie.
Volgens het Netwerk tegen Armoede dringen beleidsaanbevelingen zich nu op. Het Netwerk pleit voor meer wijkgezondheidscentra, omdat die de gezondheidskloof aanzienlijk terugdringen. "Laagdrempelige, gratis gezondheidszorg vanuit een wijkgezondheidscentrum zorgt ervoor dat mensen sneller de medische hulp zoeken die ze nodig hebben, waardoor de kosten voor patiënt en ziekteverzekering dalen."
Daarnaast is het Netwerk tegen Armoede voor de automatische toekenning van het Omnio-statuut, waardoor mensen een verhoogde tegemoetkoming krijgen, en een veralgemeende derdebetalersregeling.
Het Netwerk stelt vast dat de klassieke sensibiliseringscampagnes mensen met een leefloon onvoldoende bereiken. "Gerichte campagnes, aangepast aan de realiteit waarin mensen in armoede leven, zijn broodnodig."
De organisatie wijst er tot slot nog op dat het leefloon veel te laag is en ver onder de armoedegrens duikt.