Paar extra kilo's doen je langer leven
Hoewel een te hoog BMI steevast bestempeld worden als 'ongezond', blijkt uit nieuw onderzoek dat het ook voordelen kan bieden. Want wie een paar extra kilootjes met zich meedraagt, heeft meer kans om langer te leven. Volgens experten kan het BMI dan ook een valse indruk geven en is het meten van de taille-omtrek een betere maatstaf.
Natuurlijk gaat het niet om extreem overgewicht, want ook dat doet je levensverwachting dalen. Zo bleken mensen met ernstige obesitas (een BMI van meer dan 35) een 30 procent hoger sterftecijfer te hebben dan mensen met een 'gezond' gewicht (een BMI tussen 18,5 en 25).
Toch heeft deze laatste groep niet het laagste sterftecijfer. De proefpersonen met licht overgewicht (een BMI tussen 25 en 30) bleken namelijk 6 procent minder risico te hebben om te sterven tijdens het onderzoek. Ook opvallend: mensen die geklasseerd werden als 'mild obees' (een BMI tussen 30 en 35) hadden geen verhoogd risico op een vroege dood.
Obesitas paradox
Terwijl ernstige obesitas het risico verhoogt op aandoeningen zoals hartziektes en diabetes, kan je met enkele extra kilo's dus je levensverwachting verhogen. Dat fenomeen staat bij wetenschappers bekend als de 'obesitas paradox'.
"We begrijpen nog niet volledig waarom dat gebeurt", bekent professor Paul Gately van de Leeds Metropolitan University. "Maar één verklaring is dat mensen met overgewicht meer kans hebben dat hun gezondheidsproblemen ontdekt en behandeld worden. Daarnaast zou een hoger BMI ons beschermen tegen chronische aandoeningen, zoals hartfalen. Onderzoek moet nog verklaren hoe dat komt."
Maar wat het huidige onderzoek alleszins bewijst, zijn de tekortkomingen van de BMI-meting. Die ruwe schatting van lichaamsvet op basis van gewicht en lengte wordt gezien als een maatstaf voor je algemene gezondheid, maar dat zou dus niet helemaal kloppen.
Hoewel een BMI tussen 18,5 en 25 als ideaal beschouwd wordt, weten we nu dat je ook met een paar extra kilo's perfect gezond kunt zijn. Op voorwaarde dat je gezond eet en sport om het hart, de bloedvaten en de bloedsuikerspiegel op een gezond niveau te houden.
BMI
Bovendien is het BMI ook geen precies hulpmiddel, aangezien het geen rekening houdt met de plaats waar het lichaamsvet wordt opgeslagen. Zo toonde eerder onderzoek al aan dat mensen met extra vet op de heupen en dijen minder risico lopen dan degene bij wie het rond de buik zit, ongeacht hun BMI. Ook voor mensen met een grotere spiermassa klopt de BMI-meting niet.
Een heleboel artsen denken daarom dat het meten van de taille veel efficiënter is. Ideaal daarbij is 80 cm voor vrouwen en 94 centimeter voor mannen.
Toch waarschuwt professor Gately tegen het té tevreden zijn met je overgewicht. "Je kan nu misschien wel perfect in orde zijn met een BMI van 27, maar een vals gevoel van veiligheid kan ervoor zorgen dat je gewicht na verloop van tijd nog stijgt. En dan kan het wél een probleem worden", besluit hij.