Slecht nieuws: "Dikke dijen even ongezond als buikvet"
Al heel lang wordt verkondigd dat mensen met een appelvormig figuur een groter risico lopen op hartaandoeningen en diabetes omdat vet zich vooral concentreert rond de buikzone. Nu claimen onderzoekers echter dat vet op heupen, dijen en achterwerk je helemaal niet beter beschermt tegen deze obesitasziekten.
"Buikvet wordt al heel lang gezien als het meest schadelijk voor de gezondheid, terwijl gluteaal vet in de billen net zou beschermen tegen diabetes en hartziekten. Ons onderzoek toont echter aan dat dit een mythe is. Vet in het onderlichaam is allesbehalve onschuldig", stelt dokter Ishwarlal Jialal van UC Davis.
Dikke dijen
Gluteaal vet zorgt volgens de onderzoekers voor een storing in de productie van twee proteïnen die kunnen leiden tot zwelling en insulineresistentie, beide vroege risicofactoren voor hartaandoeningen en diabetes. Het gaat respectievelijk om chemerine en omentine-1.
In de studie werd gewerkt met patiënten die lijden aan het metabool syndroom in een vroeg stadium. Dit is een combinatie van vier veel voorkomende aandoeningen: hoge bloeddruk, verhoogde cholesterol, verhoogde bloedsuikerwaarden en overgewicht. Mensen die last hebben van een combinatie van minstens drie van deze symptomen lopen 5 keer meer kans op diabetes en dubbel zoveel kans op een ernstige hartaandoening.
Tegenover de groep van 45 patiënten met 3 van bovenstaande symptomen werd een controlegroep van 30 mensen geplaatst die elk minder dan 2 risicofactoren voor het metabool syndroom hadden en een normale suikerspiegel. Bij elke deelnemer werd een uitgebreid bloedonderzoek gedaan en een vetprofiel opgesteld. De focus lag op specifieke proteïnes die voortkomen uit vet in de dijen en het achterwerk. Hiervoor werd het plasma onderzocht, net als staaltjes uit de onderhuidse gluteale vetlaag.
Resultaat?
Bij de patiënten met het metabool syndroom zagen de onderzoekers een overproductie van chemerine en een tekort aan omentine-1. De abnormale levels van deze proteïnen stonden los van leeftijd, BMI en buikomtrek.
"Een hoge dosis chemerine correspondeerde met bijna alle symptomen van het metabool syndroom en is dus een veelbelovende alarmbel voor het opsporen van risicopatiënten. Het goede nieuws is dat je door gewichtsverlies een rem zet op de productie van deze proteïne en dus ook het risico op het metabool syndroom aanzienlijk kan verlagen", aldus Jialal.