Slechte slaper? Steek dat maar op je genen
Tot voor kort werd insomnia gezien als iets puur psychologisch, uitgelokt door stress of verdriet of veroorzaakt door jetlags of onregelmatige uren op het werk. Nu stellen wetenschappers dat de oorzaak bij minstens één op drie slechte slapers genetisch is.
Een gebrek aan wat ze de 'comfortgenen' noemen, zou aan de basis liggen van de slaapproblemen. Hierdoor worden mensen immuun aan het warme, ontspannen gevoel dat je krijgt wanneer je jezelf knus in bed nestelt. Een gemiddelde mens valt namelijk doorgaans binnen het kwartier in slaap. "We weten dat je warm en comfortabel voelen essentieel is om goed in slaap te vallen, hoewel het precieze biologische proces nog steeds niet gekend is", verklaart professor Van Someren van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen.
Insomniagenen
Minstens éen op drie slechte slapers zou daarentegen insomniagenen hebben, die ervoor zorgen dat je in een constante staat van mentale alertheid blijft hangen. Hierdoor wordt een normale slaapcyclus zo goed als onmogelijk. Gevolg? Mensen vinden moeilijk hun draai in bed en worden wakker in het midden van de nacht of van het minste geluid. Soms springen ze fris en monter uit bed om enkele uren later alweer doodop te zijn.
Vermoed wordt dat er maar liefst zes verschillende types van insomnia aan onze genen kunnen worden gekoppeld, maar verder onderzoek is noodzakelijk. Onderzoekers hopen de specifieke insomniagenen uit te puren om medicatie te ontwikkelen die de slaapverstorende werking kan tegengaan.