Wat er in je lichaam gebeurt bij besmetting met ebola
In de West-Afrikaanse landen eiste de verwoestende ziekte ebola al heel wat doden. Het is een van de dodelijkste en gruwelijkste virussen die gekend zijn. Dit komt onder meer doordat de symptomen aanvankelijk erg op griep lijken en de ziekte pas ontdekt wordt in een latere, mogelijk dodelijke fase.
Een ebolabesmetting kan aanvankelijk verward worden met een verkoudheid: een patiënt kampt met koorts en heeft geen honger, zijn hoofd en keel doen pijn. Dit is een teken dat het verwoestende virus het immuunsysteem aan het aanvallen is. De ziekte valt dezelfde cellen aan als hiv, maar ebola is agressiever omdat het de bouwstenen van het immuunsysteem vernietigt. De incubatietijd, dat is de periode tussen de infectie en het opduiken van de eerste symptomen, schommelt tussen de twee en 21 dagen. Wat de kans op verspreiding doet toenemen. Van zodra een slachtoffer begint te lijden onder de koorts, helse hoofd- en spierpijn, is hij al besmettelijk.
Alles doet pijn
Omdat de symptomen op die van griep lijken, is de diagnose erg moeilijk te stellen. Maar na enkele dagen verergert de toestand in die mate dat het duidelijk wordt dat het om ebola gaat. Dan veroorzaakt intravasculaire stolling klonters en bloeddingen in de lever, milt, hersenen en andere interne organen. Hierdoor scheuren aders, waardoor er bloed in het omliggend weefsel terechtkomt. Een patiënt ervaart pijn over het hele lichaam, waarbij de ingewanden het pijnlijkst zijn. Andere symptomen zijn veelvuldig braken en diarree. Vervolgens duikt een uitslag aan het bovenlichaam op, die zichzelf snel verspreidt naar ledematen en het hoofd.
Leven of dood
Na enkele dagen is het kantelpunt bereikt: ofwel herstellen patiënten van de ziekte, ofwel komen ze in de dodelijke fase van de zogenaamde 'hemorragische koorts' terecht. Dan valt het immuunsysteem zichzelf aan. Kleine bloedvaten barsten, waardoor patiënten spontaan aan hun ogen, mond, oren en andere lichaamsopeningen beginnen te bloeden.
De kans is groot dat de patiënt dan een interne bloeding krijgt. Het wit van de ogen wordt rood en er komt bloed in het braaksel en de uitwerpselen terecht. Er ontwikkelen zich grote bloedblaren onder de huid. Vaak sterft een patiënt binnen de acht tot zeventien dagen nadat hij of zij ziek werd.
Wie het wel overleeft, moet regelmatig getest worden, om er zeker van te zijn dat het virus niet meer aanwezig is in het lichaamsvocht.