Wat je moet weten voor je loopt op de loopband
Sommigen hebben er een hekel aan, anderen verkiezen de controle over snelheid en helling. Feit is lopen op de loopband hoort er voor de meeste loper s gewoon bij, zeker als het buiten te koud is. Drie nuttige dingen die je moet weten voor je begint te lopen op de loopband.
1) Niet hetzelfde
Nogal voorspelbaar is buiten lopen niet hetzelfde als op een loopband lopen. Niet alleen heb je minder afwisseling van omgeving, of moet je het afkoelende effect van de buitenlucht missen, het is ook minder lastig voor de spieren. De bewegende loopband 'helpt' je lichaam bij de loopbeweging, en is aldus zachter voor de knieën en gewrichten.
Het is meteen de reden waarom je op de loopband vlotjes die afstand aan die snelheid loopt, maar je het 'buiten' sneller moet opgeven.
Tegelijk is de ruimte op de band maar beperkt, wat je soms in een eerder verkrampte positie brengt. Om verwondingen te vermijden, neem je beste normale stappen aan een snelheid die je niet voorwaarts doet leunen, want dat zet onnodige druk op de rug en knieën.
2) De computer
De basis van elke sportfreak zijn 'de cijfertjes': hoe lang, hoe ver, aan welke snelheid en in hoeveel calorieën resulteert dat. Deze zijn helaas niet zo nauwkeurig: verbrande calorieën kan eigenlijk enkel juist worden berekend met een hartslagmeter en op basis van lengte en gewicht. Een eigen hartslagmeter of (het tweede beste) een sportmonitor op je smartphone kunnen uitsluitsel bieden.
3) Loopbandhelling
Je haat hellingen en loopt dus nooit met een hellingspercentage? De loopband heeft een kleine helling van zichzelf... naar beneden. Dit kan ontstekingen aan het scheenbeen veroorzaken. Een halve of een procent helling instellingen is de beste manier om dat te voorkomen.