"Wittestofbanen" in hersenen cruciaal voor optellen en vermenigvuldigen
Gezonde twaalfjarigen die goed scoren voor optellen en vermenigvuldigen hebben in hun hersenen een betere kwaliteit van bepaalde "wittestofbanen". Eenzelfde verband werd niet gevonden voor aftrekken en delen. De kwaliteit speelt wel weer een belangrijke rol bij het leren lezen. Dat blijkt uit onderzoek door een team Leuvense onderzoekers onder leiding van neuropedagoog Bert De Smedt.
De grijze cellen in onze hersencellen verwerken de input aan gegevens. Deze zijn verbonden via zenuwbanen die voor signaaloverdracht zorgen. "Je kan die zenuwbanen vergelijken met een bundel kabels. Rond die kabels zit isolerende myeline, wat wij hier 'witte stof' noemen. Hoe meer van dergelijke witte stof, hoe sneller de signalen worden doorgegeven", aldus De Smedt.
De onderzoekers lieten 25 kinderen eenvoudige rekentesten afleggen en bepaalden met hersenscans de kwaliteit van hun "wittestofbanen". Dat er een verband werd vastgesteld voor optellen en vermenigvuldigen en niet met aftrekken en delen heeft wellicht te maken met het feit dat de kwaliteit van de "witte stof" bepaalt of men iets makkelijk uit het hoofd kan leren. Bewerkingen zoals optellen en vermenigvuldigen worden immers sneller geautomatiseerd. Wellicht spelen dezelfde vaardigheden een rol om bij het lezen vlotter verbanden te leggen tussen letters en de klanken die ze voorstellen.
"Het verband tussen lezen en rekenen verklaart waarom we bij kinderen met dyslexie vaak ook rekenproblemen vaststellen en dat kinderen met dyscalculie vaak ook moeite hebben met lezen", aldus De Smedt. Het Leuvens team wil nu verder onderzoeken of er ook verbanden met de "wittestofbanen" kunnen worden vastgesteld bij kinderen met stoornissen zoals dyscalculie of met een hoofdtrauma.