Daarom moet je niet alles geloven wat je denkt
Intuïtie en gevoelens spelen een belangrijke rol in ons leven. Ze bepalen (deels) welk huis we kiezen, of we iemand tof vinden en voor wie we supporteren. Maar is dat wel altijd een goed idee? Soms zit de vijand in je eigen hoofd. Psycholoog Elisha Goldstein legt uit waarom je niet alles moet geloven dat je denkt.
De belangrijkste reden daarvoor is de 'automatische negatieve afwijking' waartoe onze hersenen geneigd zijn. Een negatief geluid trekt meer de aandacht dan een positief geluid, een negatieve ervaring heeft een grotere impact dan een positieve en hetzelfde geldt voor herinneringen.
De verklaring is zoals steeds evolutionair-biologisch: zonder aandacht voor bedreigingen, gevaar en negatieve ervaringen zou de mens niet kunnen overleven.
Logisch, niet praktisch
Logisch dus, maar niet praktisch in het dagelijks leven. Negativiteit kan je tegenhouden, je wereldbeeld vervormen of gedachten vormen over anderen die op lucht gebaseerd zijn.
"Simpelweg weten dat je hersenen neigen naar het negatieve, maakt al dat je er beter tegen gewapend bent. Je gaat deze gedachten in vraag stellen, en plots zie je ook andere mogelijkheden. Dat noem ik het 'Nu-effect'", aldus psychoog Goldstein aan de Huffington Post.
"Heb ik bewijs?"
"Je kan je afvragen: is het wel waar wat ik denk? Heb ik bewijs? Is er een andere invalshoek voor deze situatie? Dit opent deuren en mogelijkheden die je voordien niet zag." Door deze manier van denken te oefenen en toe te passen op alle ervaringen en situaties in je leven, beïnvloed je je oordelen en je beslissingen.
Een negatieve gedachtencirkel doorbreken is natuurlijk niet zo gemakkelijk. Je moet het (zeker in het begin) bewust beslissen, jezelf misschien wel dwingen de andere kant van de zaak te zien en je moet jezelf toelaten de negativiteit los te laten. Wie daar in slaagt, kan zijn leven (een beetje) veranderen. En misschien kan je dan wél vertrouwen op wat je denkt.