Superdure tv's: zijn ze hun prijs ook waard?
Een gemiddeld televisietoestel, dat uitgerust is met moderne beeldtechnologie, kost momenteel ongeveer 1.000 euro. Wie af en toe snuistert in de (online) etalages van elektronicawinkels, weet dat er ook zeer veel tv’s in de handel zijn van 3.000, 5.000 en zelfs 10.000 euro. De vraag is: zijn die dan ook zoveel beter?
Laat ons beginnen bij wat je voor een relatief gemiddelde prijs van € 1.000 tot € 1.500 in huis haalt. Zulke televisies zijn bijna altijd uitgerust met 4k-beeld, de zogenaamde ‘Ultra-High Definition’-beeldstandaard, die ook standaard wordt uitgezonden op bijvoorbeeld Netflix en bij gameconsoles. Verder hebben ze een hoge beeldverversingssnelheid, heel belangrijk voor de liefhebbers van sport of actiefilms en voor gamers.
Dan is er de High Dynamic Range (HDR)-technologie, die het beeld een bredere waaier aan kleuren meegeeft, en het ook stilaan tot een vaste standaard uitgroeiende oled (Organic Light-Emitting Diode), dat voor vollere kleuren zorgt. In deze categorie gaat het telkens over toestellen van 55 inch of circa 140 centimeter schermdoorsnede. De toppers zijn:
- C9 van LG Electronics (€ 1.250)
- OLED803 van Philips (€ 1.439)
Waar is het verschil met de duurdere toestellen?
Kijken we dan eens naar de toestellen die een paar duizend euro’s kosten. Het echt essentiële verschil zit dan bijna altijd in de beeldtechnologie, waar de fabrikant dan vaak veel inspanningen deed op niveau van research en ontwikkeling. Als consument betaal je die mee.
Zo leveren grote merken als Philips, LG en Sony allemaal tv’s met oled-technologie, en daarbovenop leggen ze ook hun eigen technologische accenten. Kort samengevat: hoe meer van die technologische verfijningen, hoe duurder de tv wordt.
Of je dat verschil in kwaliteit ook met het blote oog ziet? Daarover lopen de meningen uiteen. Een echte televisiekenner zal zeggen dat de verschillen tussen uitstekend en een matig tv-scherm even subtiel zijn als de smaakverschillen tussen een dure en een goedkope fles wijn.
Er zijn nog een aantal technische details die de prijs de hoogte injagen. Hogere beeldverversingssnelheden betekenen ook vaak een hogere prijs. Een goed voorbeeld is de 2.000 euro kostende versie van de C9 van LG Electronics. Voor dat extra geld heb je een scherm van 65 inch of 165 centimeter en een beeldverversingssnelheid die je zelf kan tweaken. Idem bij de 65-inch-versie van Philips’ OLED903: die heeft alles wat de OLED803 heeft, maar voegt daar nog een ingebouwde audio-installatie van de Britse fabrikant Bowers & Wilkins aan toe.
Tienduizendtallen
Wat als we nog een paar trapjes hoger gaan? Bij televisies met prijzen rond de 5.000 euro wordt het eerder een en-en-verhaal: én de beste beeldtechnologie, én een groot scherm (65 inch, maar ook 75 inch of 190 centimeter), én een heleboel aparte snufjes.
In dit prijssegment vind je momenteel ook de eerste 8k-toestellen op de markt, al doet bijvoorbeeld Samsung nu al goed zijn best om al 8k-modellen goedkoper aan te bieden. Het probleem met 8k is dan weer dat er momenteel gewoon nog niet zoveel te zien is in die resolutie.
Boven de 5.000 euro wordt het allemaal redelijk krankzinnig. Dan vind je televisies van 7.000 euro, 10.000 euro en - het hoogste prijspunt dat we ooit op onze site registreerden - 60.000 euro. Goed om te weten is dat die toestellen dan eigenlijk geen andere, laat staan speciaal betere beeldtechnologie hebben. De meerprijzen gaan dan vooral over schermgrootte - denk toestellen van 2,5 meter - en uiteraard luxueuze afwerking en premium geluidsystemen.
Bekijk hier de beste televisies tot 5.000 euro (4 sterren of meer)
Lees ook: