Uitlevering Assange aan VS "weinig waarschijnlijk"
De Zweedse magistraten achten het niet waarschijnlijk dat Julian Assange, mocht hij naar Zweden komen, uitgeleverd zou worden aan de Verenigde Staten. De aanklagers willen de stichter van klokkenluiderwebsite WikiLeaks verhoren in een zaak van vermoedelijk seksueel "geweld" (seks zonder condoom) tegen twee vrouwen in augustus 2010. De aanklagers willen het arrestatiebevel tegen Assange niet intrekken, wat zijn veronderstelde voornemen om binnenkort de Ecuadoraanse ambassade in Londen te verlaten, mogelijk bemoeilijkt.
De advocaten van Assange hadden onlangs gevraagd om het bevel te laten vallen. Dat was uitgevaardigd omdat een Zweedse aanklager had gezegd dat Assange verhoord moest worden in de zaak van het vermoede "seksueel geweld". De 43-jarige Australiër ging in beroep tegen de beslissing van een rechtbank in Stockholm in juli, om het Europese arrestatiebevel in voege te houden. Hij ontkent eveneens de beschuldigingen. Hij vluchtte in juni 2012 naar de ambassade toen hij een lange juridische strijd in Groot-Brittannië tegen de uitlevering naar Zweden had verloren.
In een antwoord van 7 pagina's oordeelden de aanklagers dat de verdenkingen jegens Assange blijven, net als het risico dat hij zou vluchten. In hun antwoord gingen de aanklagers, Marianne Ny en Ingrid Isgren, ook voor het eerst in op het idee dat hij mogelijk door Zweden aan de Verenigde Staten zou worden uitgeleverd. Volgens hen is die dreiging hypothetisch, want de VS startten daarvoor geen procedure op.
"Vergezocht idee"
"Het lijkt een vergezocht idee dat de VS sinds 2010 gewacht hebben om uitleveringsprocedures op te starten met de bedoeling hun vraag aan Zweden te richten, dan wel aan Groot-Brittannië", zo luidde het. "Ook aangezien dit door de Zweedse wet toegestaan zou zijn, zou een beslissing om hem van Zweden aan de VS uit te leveren, ook het akkoord van Groot-Brittannië vereisen."
Zij zien geen meerwaarde in een verhoor op de ambassade, wat volgens hen "niet efficiënt" zou zijn, gezien een mogelijke rechtszaak nog steeds in Zweden zou moeten plaatsvinden.
Het Hof van Beroep in Stockholm neemt naar verwachting binnen de week een beslissing.