Amerika voert weer luchtaanvallen uit in Irak
De Verenigde Staten hebben gisteren opnieuw luchtaanvallen uitgevoerd tegen strijders van Islamitische Staat (IS) in het noorden van Irak. Ook hebben militairen vanuit de lucht pakketten met hulpgoederen gedropt boven de stad.
Volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie waren de aanvallen nodig om burgers te beschermen tegen aanvallen van de extremistische groepering. De bombardementen vonden plaats in de buurt van de stad Amerli, die al langer dan twee maanden in handen is van IS. In Armeli wonen vooral sjiitische Turkmenen. Zij hebben sinds de verovering van IS geen water, eten en medicijnen meer.
Strategische dam
Eerder werd al bekend dat het Amerikaanse leger opnieuw luchtaanvallen heeft uitgevoerd op posities van IS-strijders bij de strategische Mosul-dam, ook in het noorden van Irak.
Die aanvallen werden uitgevoerd door een jachtvliegtuig en drones. Ze vernietigden een gepantserd voertuig, een IS-stelling en wapens. Een gebouw van de islamistische terreurgroep werd ernstig beschadigd, aldus het Amerikaanse ministerie van Defensie in een persmededeling.
IS-strijders veroverden de stuwdam begin augustus, maar Koerdische troepen konden de dam aan de Tigris opnieuw veroveren dankzij de Amerikaanse luchtsteun.
Humanitaire hulp
Het Amerikaanse ministerie van Defensie meldt de hulp gedropt werd op vraag van de Iraakse regering. Ook Australische, Franse en Britse vliegtuigen dropten hulp.
De Turkmenen zijn een etnische minderheid in Irak. Een deel behoort tot de soennitische islam, anderen tot de sjiitische islam. IS heeft het gemunt op de sjiitische Turkmenen.