Bloedigste dag in maanden eist 74 doden in Irak
In Irak zijn gisteren bij verschillende aanslagen in totaal 74 doden gevallen. Het gaat om de bloedigste dag in zeven maanden. Dat blijkt uit de meest recente slachtofferbalans.
De zwaarste aanslagen werden gisteravond gepleegd in Mossoel, in het noorden van het land, waar de ontploffing van twee bomauto's aan 21 mensen het leven heeft gekost. In Bagdad vielen minstens 16 doden en een vijftigtal gewonden bij een zelfmoordaanslag in de overwegend sjiitische wijk Kazimiya. Bij andere aanslagen met bomauto's in Amin, Sadr City en Jihad kwamen 20 personen om het leven. De gewelddadige aanslagen werden voorlopig nog door niemand opgeëist, maar soennitische opstandelingen plegen regelmatig gecoördineerde aanslagen in Bagdad en andere grote steden om instabiliteit te creëren.
Daarnaast vielen er vier doden in de regio rond Bagdad, en tien doden in de provincies Kirkoek, Ninive en Salah ad Din. Tegelijkertijd kwamen drie mensen om bij een bombardement op de stad Falluja, 60 kilometer ten westen van Bagdad.
De aanslagen in Irak kosten sinds begin dit jaar dagelijks gemiddeld aan 25 mensen het leven. De autoriteiten wijzen voor het geweld naar externe factoren, zoals de oorlog in het naburige Syrië. Maar volgens diplomaten en experts zijn de bloedige aanvallen vooral toe te schrijven aan de woede van de soennitische minderheid, die zich gemarginaliseerd en slecht behandeld voelt door de door sjiieten gedomineerde autoriteiten.