VN: "Helft van Iraakse vluchtelingen zijn kinderen"
De helft van de vluchtelingen in Irak zijn kinderen, zo blijkt uit cijfermateriaal van de Verenigde Naties. Ongeveer 2,8 miljoen mensen zijn intussen in het door geweld geplaagde land voor de terreurmilitie Islamitische Staat (IS) gevlucht, meldde de VN-coördinatrice voor de noodhulp Valerie Amos vandaag aan de VN-Veiligheidsraad. Dat cijfer omvat zowel mensen die naar het buitenland zijn gevlucht als intern ontheemden. De toestand in Irak wordt nog verergerd door de toestroom van een kwart miljoen vluchtelingen uit Syrië, eveneens op de vlucht voor IS en voor het met al-Qaida gelieerde al-Nosrafront. Van de vluchtelingen verblijft nog geen tiende in opvangkampen.
Ruim acht miljoen mensen in Irak, ongeveer een derde van de bevolking, heeft humanitaire hulp nodig, aldus Amos. Dat is drie miljoen méér dan bij de laatste status quaestionis, vijf maanden geleden. De Britse VN-medewerkster schilderde een beeld van opgebruikte hulpbronnen, overbelaste openbare diensten en infrastructuur, armoede, werkloosheid en stijgende kosten voor het levensonderhoud.
Het ergste, aldus Amos, zijn de mensen in door IS beheerste gebieden er aan toe: daar kan de noodhulp niemand bereiken.