Akkoord tussen Israël, Palestijnen en Jordanië moet Dode Zee in leven houden
Afgevaardigden van Israël, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit zullen vandaag een akkoord ondertekenen voor een project dat de Dode Zee moet redden, dankzij een verbinding met de Rode Zee. Dat heeft de Israëlische minister van Water, Sylvan Shalom, bekendgemaakt.
Volgens het akkoord zal er in de Golf van Akaba, een zeearm van de Rode Zee, een waterpompsysteem geïnstalleerd worden. Jaarlijks zal er zowat 200 miljoen kubieke meter worden opgepompt.
Een deel van het water zal ontzilt en vervolgens als drinkwater verdeeld worden tussen Israël, Jordanië en de Palestijnen. De rest zal dan via vier pijpleidingen gevoerd worden naar de Dode Zee, een meer met een erg hoge zoutconcentratie dat volgens experts dreigt uit te drogen tegen 2050.
De in totaal 180 kilometer lange constructie aan pijpleidingen moet binnen vier tot vijf jaar zijn afgewerkt, melden The Times of Israël en The Jerusalem Post op hun website.
Bij de aankondiging van het akkoord benadrukte Shalom het economische belang van het verstrekken van goedkoop ontzilt water, het ecologisch belang van het "redden van de Dode Zee" en het "strategisch-diplomatiek" belang van het feit dat de drie partijen bij het project betrokken zijn. "Dit is niets minder dan een historische stap", verklaarde hij aan de krant Yediot Aharonot.
Het akkoord zal ondertekend worden in het hoofdkantoor van de Wereldbank in Washington.