Van Rompuy: "Tijd voor een energie-unie in Europa"
Energie en klimaat zijn de twee onderwerpen die vandaag bovenaan de agenda stonden tijdens de tweede dag van de Europese top. In oktober zullen de leiders beslissen over de concrete klimaatdoelstellingen tegen 2030, intussen wordt verder werk gemaakt van een interne Europese energiemarkt die de EU minder afhankelijk moet maken van buitenlandse bronnen.
"Europa is begonnen als een gemeenschap van kolen en staal, het is duidelijk dat we nu naar een energie-unie moeten overgaan", zei Europese Raadsvoorzitter Herman Van Rompuy. Dat er nog dit jaar een eengemaakte energiemarkt moet komen, daar waren de Europese leiders het al langer over eens. Tegen 2020 moet ook de energie-infrastructuur binnen Europa en tussen Europa en de derde landen beter verbonden zijn.
"We moeten onze energieafhankelijkheid verminderen, vooral van Rusland", schetste Van Rompuy. "Minder afhankelijkheid is belangrijk voor de prijzen, het concurrentievermogen en ons buitenlands beleid." De leiders kwamen overeen dat de Europese Commissie tegen juni enkele voorstellen op tafel moet leggen over de energieveiligheid van Europa. De crisis met Moskou en de mogelijke economische consequenties zetten het debat op scherp.
Ook de Europese klimaatdoelstellingen hebben hun impact op de energiesector. Eerder dit jaar legde de Commissie een pakket op tafel met de doelstellingen die Europa tegen 2030 zou moeten bereiken op het vlak van energie-efficiëntie, de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de verdere beperking van de uitstoot van CO2. Dat klimaatpakket werd vandaag een eerste keer door de 28 staatshoofden en regeringsleiders besproken, in oktober willen ze beslissen over de objectieven die tegen het einde van het volgende decennium gehaald moeten worden.