Drie vragen waarop de mobiele industrie geen antwoord weet
Dat iedereen altijd krachtigere smartphones wil, met een een mooier scherm en een scherpere camera, en via snellere verbindingen online wil gaan met het ding, daar lijkt de hele mobilofoonindustrie nog steeds erg zeker van. Maar tijdens het Mobile World Congress in Barcelona, de jaarlijkse bijeenkomst van mobilofoonfabrikanten, telecomoperatoren en andere bedrijven uit de mobiele industrie, waren er ook vragen waarop die hele sector niét meteen een pasklaar antwoord wist te verzinnen.
1 / Hoe lang blijven we nog sms'en?
Facebookstichter Mark Zuckerberg was aanwezig op het Mobile World Congress, en hij werd tijdens een panelgesprek dat over de hele beursvloer werd uitgezonden via videoschermen keihard tegenover drie piefen uit de Europese telecomsector gezet. De inzet van dat gesprek was natuurlijk twee van Facebooks apps en diensten, Facebook Messenger en WhatsApp, die er in niet geringe mate voor hebben gezorgd dat mobiele gebruikers vandaag liever met elkaar appen, en dus tekstberichten over een internetverbinding sturen, dan klassiek te sms'en.
Voor gebruikers is een dienst als WhatsApp natuurlijk een pak goedkoper: ze switchen, naargelang de plaats waar ze zich bevinden, constant van een relatief goedkoope mobiele dataverbinding naar een meestal gratis WiFi-connectie. Voor een telecomprovider betekent WhatsApp vooral kopzorgen, want nu betalen gebruikers geen bedrag per gestuurd bericht meer, zoals ze dat anders al bijna twee decennia deden.
Zeker in ontwikkelingslanden is het verschil tussen communiceren via een dure sms en het spotgoedkope WhatsApp enorm
Zeker in ontwikkelingslanden, waar internetgebruik volgens Zuckerberg volledig gratis zou moeten zijn, is het verschil tussen communiceren via de dure sms-dienst en het spotgoedkope gebruik van datadiensten als WhatsApp enorm. "Telecombedrijven zullen een creatieve manier moeten vinden om hun businessmodel aan te passen", vond Zuckerberg. "Diensten als WhatsApp zwengelen ook mobiel dataverbruik aan." Maar daar waren de drie telecombonzen niet zo blij mee. "De infrastructuur kost geld", zei Jon Fredrik Baksaas, ceo van de Noorse telco Telenor. "De verhoudingen zijn te snel aan het verschuiven: eender welk bedrijf is terughoudend om de sleutel over te dragen aan zijn concurrent."
2 / Hoe duur mag een smartphone worden?
Kan het nog gekker worden dan het topmodel van Samsungs Galaxy S6 Edge-gamma, waarop de Zuid-Koreaanse fabrikant een prijskaartje ten Noorden van 1.000 euro heeft geplakt? Wellicht wel, beamen andere fabrikanten. Hoewel smartphonemakers niet meteen geneigd zijn om duizend euro als de nieuwe norm te beschouwen, ook al sluiten ze het zeker niet uit. Tegelijkertijd kan met de Galaxy S6 Edge het absolute plafond zijn bereikt.
Eigenlijk is het simpel: zolang er een markt voor is, kunnen er nog duurdere toestellen op de markt komen. Colin Giles, directeur wereldwijde verkoop bij fabrikant Motorola. "We zullen nooit 'nooit' zeggen: het is een kwestie van wat de consument wilt."
3 / Wat wordt er nog allemaal mobiel?
Na de smartphone en tablet kwam er de wearable en de 'connected car', en het is maar afwachten welke apparaten en voorwerpen er in de nabije toekomst nog op het (mobiele) internet zullen worden aangesloten. Volgens een studie van de GSM Association, de koepelgroep van de mobiele industrie die ook het Mobile World Congress organiseert, is ruwweg 89 procent van alle consumenten erin geïnteresseerd om letterlijk àlle apparaten in hun huishouden op het internet te brengen - niet alleen hun huidige mobiele toestellen, wearables, automobielen en thermostaten, maar ook wasmachines, ovens en koelkasten.
"Het 'internet der dingen' klinkt misschien als een futuristische buzzterm, maar het is al gearriveerd en het verbetert onze levens", zei directeur technologie Alex Sinclair van de GSMA. Daar tegenover staat een onderzoek van het Amerikaanse technologiebedrijf Syniverse, waaruit moet blijken dat Internet of Things-toepassingen op langere termijn niet meer dan een kortstondige "afleiding" zullen blijken.