Filmmakers zoeken gamekerkhof van Atari in woestijn
Binnen dit en zes maanden zal een Canadese filmploeg beginnen te graven in de woestijn in New Mexico, om voor eens en voor altijd te weten te komen of het gamekerkhof van Atari een broodjeaapverhaal is of niet. In september 1983 zou het computerbedrijf er miljoenen onverkoopbare spullen gedumpt hebben.
Het gemeentebestuur van Alamogordo heeft vorige week toestemming gegeven voor het project. Dat meldt de website Ars Technica. In september zou het dertig jaar geleden zijn dat Atari de spullen zou hebben begraven. Op dat moment crashte de markt van de videospelletjes, waardoor Atari ineens met miljoenen onverkoopbare spullen zat. Het bedrijf, een belangrijke speler in de computerspelindustrie in de jaren 1980, zou dan beslist hebben de spelcartridges en -consoles te dumpen in een stort, dat later met beton verzegeld werd.
Tot op de dag van vandaag wordt er getwijfeld aan de echtheid van het verhaal. In 1983 werd het verhaal bevestigd aan kranten als de Alamogordo Daily News en The New York Times, maar een werknemer van Atari ontkende het verhaal later. Hoeveel materiaal er in het stort gegooid werd, is ook onduidelijk. Berichten gaan van negen tot twintig volle vrachtwagens. En wat er precies gedumpt werd, is al helemaal een vraagteken. Over 3,5 miljoen cartridges van het geflopte E.T.-spel en 7 miljoen van Pac Man-spel voor Atari 260 zijn bijna alle believers het eens, maar de rest is onzeker.