Getest: Philips Hue
Met de introductie van spots investeert het Nederlandse elektroconcern Philips steeds harder in zijn Hue-lampen: een serie LED-peertjes die je gewoon in de meeste fittings kunt schroeven, en die je kunt bedienen met je smartphone of tablet. Wij onderwierpen het product aan een uitgebreide test.
Philips is stilaan de klassieke gloeilamp aan het vervangen door LED-lampen: lichten met kleine lichtgevende diodes erin, die in eender welke kleur of intensiteit kunnen worden gezet. Ondertussen beginnen ze ook op te duiken in consumentenproducten, zoals de slimme Hue-lampen. Je legt 199 euro neer voor een setje van drie met een basisstation, dat je toelaat om de kleur, de helderheid en andere variabelen bij te sturen met een gratis downloadbare app op je smartphone of tablet.
De set is in ieder geval eenvoudig te installeren: het enige wat je moet doen is alvast de app op voorhand downloaden en het basisstation inpluggen op een vrije ethernetaansluiting van je mobiele router. Vanaf dat moment kun je de LED-peertjes, die je gewoon in de fitting van een staande of hangende lamp draait, vanop afstand bedienen via je smartphone. Met een eenvoudige connectieknop in het midden van het basisstation sluit je de lampen aan op je draadloze netwerk, en kun je ermee aan de slag.
De app laat je, met schuifregelaars, onmiddellijk spelen met de kleuren en de helderheid van je lampen, en er zitten ook een paar speelse functies in. Zo kun je bijvoorbeeld een willekeurige foto kiezen, en de sfeer daarvan proberen op te roepen in je binnenhuisverlichting door de verscheidene lampen toe te wijzen aan bepaalde kleuren in dat beeld. Ook hoef je je niet noodzakelijk te houden aan de functies die Philips' eigen app levert: er zijn tal van apps beschikbaar van onafhankelijke programmeurs, die nog een stap verder gaan in die spielerei. Zo probeerden we een app uit die je woonkamer verandert in een discotheek met snel van kleur veranderende lichten, of die de lampen doet draaien in een rood alarm uit 'Star Trek' - met bijbehorend geluid, dat van de smartphone komt.
Die speelse dingen ben je echter snel beu: de functies die op langere termijn zullen meegaan, zijn de lichtrecepten die de app je aanreikt. Gewoon op een (virtueel) knopje drukken, en je binnenhuisverlichting past zich aan je gemoedstoestand aan. Met 'relaxed', bijvoorbeeld, hul je je woonkamer 's avonds meteen in een rustgevend halo. 'Concentration' doet de lampen dan weer hun allerfelste witte licht afwerpen (denk aan het effect van tl-buizen, maar dan feller), zodat je meteen bij de pinken bent. 'Reading' zit ergens tussen de twee in: het licht is fel genoeg om tekst te kunnen lezen, maar zet je niet op de tippen van je tenen. Die recepten, die natuurlijk ook nog handmatig bij te regelen zijn, dragen uiteindelijk de ervaring van de Philips Hue-sets.
Philips Hue-lampen komen tegenwoordig dus in twee soorten: er is een set met gewone halogeenlampen, en er is een met spots. Je hoeft ook niet bij de basisset te blijven: individuele lampen kunnen worden toegevoegd aan het geheel, maar kosten wel 60 euro per stuk. Alleen aan de beschikbaarheid van de lampen schort nog iets: in de meeste elektrowinkels zijn ze nog niet te koop. Philips heeft ze wel in de rekken van Apple-resellers, en begint ze ook uit te rollen in de Massive-lampenwinkelketen die het enkele jaren geleden overnam.