Is het nog de moeite om te investeren in een fototoestel?
Omdat de camera’s in onze smartphones steeds beter worden, lijkt het dom om nog in een fototoestel te investeren. Onze techredacteur zocht naar de belangrijkste verschillen tussen de twee.
De cameratechnologie in smartphones is aan een rotvaart aan het evolueren. Daar waar je een decennium geleden de pixels op een foto nog kon tellen, pakken de grootste merken nu uit met de meest verbluffende technische kenmerken.
Wie enkel naar het aantal megapixels kijkt, zou haast geen verschil tussen smartphones en fototoestellen meer zien. Al in 2013 lanceerde Nokia met de Lumia 1020 een telefoon die een sensor van maar liefst 41 megapixel had. De meeste fototoestellen moeten het nog steeds met minder doen, maar zijn ze daarom ook slechter? Niet per se.
Naast het aantal pixels op een sensor spelen er namelijk nog heel wat andere factoren mee. Een foto wordt genomen door licht op die sensor te laten binnenkomen. De hoeveelheid licht die op de sensor valt en de duur van de belichting hebben allebei een impact op het resultaat.
De mooiste portretten
Hoeveel licht er binnenkomt wordt bepaald door het diafragma, de opening van je sluiter. Hoe lager het getal, hoe groter de opening. Bij zo’n grote opening is het voorwerp of de persoon waarop je focust zeer scherp, terwijl de achtergrond wazig is. Ideaal dus voor mooie portretten.
(Tekst gaat verder onder de foto)
Smartphones gaan dat effect meestal kunstmatig proberen na te bootsen, door met algoritmes te bepalen wat op de voor- en achtergrond moet staan. Dat doen toestellen als de Pixel 4 intussen best goed, maar ze botsen nog op een zekere grens om die foto’s echt natuurlijk te doen ogen. Wie aan serieuze portretfotografie wil doen, investeert in dat geval beter in een degelijke compactcamera of een systeemcamera. Mét een portretlens, zoals deze van Nikon of deze van Canon.
(Tekst gaat verder onder de foto)
Wie heeft de beste zoom?
Een andere belangrijke factor in de fotografie is de zogenaamde brandpuntafstand: de afstand tussen de sensor en het midden van de lens. Het is een maat om uit te drukken hoeveel je met je lens kan in- of uitzoomen. Wie graag pakweg dieren of sporters fotografeert, zal met de lens van een smartphone niet toekomen. Dan koop je beter een fototoestel met een telelens, zoals dit model van Canon of deze Nikon-lens. Ook hier proberen smartphonefabrikanten technologische trucjes te bedenken om digitaal in te zoomen op foto’s, maar dat leidt al snel tot kwaliteitsverlies.
(Tekst gaat verder onder de foto)
Steeds vaker hebben dure smartphones daarom niet één maar meerdere lenzen. De iPhone 12 Pro heeft er drie: een groothoek, een ultragroothoek en een telelens. Door die optische zoom kan je al wat meer inzoomen zonder aan kwaliteit in te boeten.
(Tekst gaat verder onder de foto)
Minder ruis in het donker
Wie ooit ‘s nachts foto’s met een smartphone genomen heeft, weet hoe moeilijk het is om in donkere omstandigheden scherpe beelden te krijgen. In zo’n geval kies je beter voor een fototoestel die hoge ISO-waarden aankan - en dus minder ruis zal krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de Sony A7 III, een van de populairste systeemcamera’s.
(Tekst gaat verder onder de foto)
Conclusie
Voor huis-tuin-en-keukengebruik zijn de meeste high-end smartphones echt wel prima. Meer zelfs: ze hebben goedkope fototoestellen volledig overbodig gemaakt. Toch zijn er omstandigheden waarin ze nog steeds tekortschieten. Om écht mooie portretten te maken, bijvoorbeeld, of op sportwedstrijden. In dat geval wint een fototoestel met degelijke lenzen.
Wil je je fotografieskills verbeteren en een camera aankopen? Bekijk hier de populairste camera’s op tweakers.be
Lees ook: