We zijn verslaafd aan 'vind-ik-leuks'
Het internet weegt op onze psychologische toestand, zo beweert de Amerikaanse psycholoog Larry D. Rosen in zijn boek 'iDentity'. Dat meldt de krant Metro. Hij vergelijkt ons verlangen naar 'likes' en interactie met een verslaving en een obsessief-compulsieve storing.
Analisten voorspellen dat tegen 2015 zo'n 80 procent van de wereldbevolking een smartphone, tablet-pc of laptop zal hebben. Meer dan een op twee inwoners van West-Europa en Noord-Amerika maakt er nu al dagelijks gebruik van, waardoor ze dag in dag uit online zijn. Na 'Het ondiepe' van Nicholas Carr beweert 'iDentity' van Rosen nu ook dat die constante aanwezigheid van het internet onze hersenen overhoop gooit.
"Iedereen ziet mensen om zich heen die obsessief met hun smartphone bezig zijn, uit angst om iets te missen. Het gaat dan om informatie over het werk of van vrienden waardoor ze terecht komen in een staat van angst, die zelfs paniekaanvallen kan veroorzaken", stelt Rosen volgens Metro in het boek.
Het gedrag van smartphonejunks en patiënten met een obsessief-compulsieve stoornis vertoont volgens hem veel gelijkenissen. Tieners posten hun doen en laten op Facebook, veertigers speuren het internet af op zoek naar tekst en uitleg over huidvlekken, ook al kregen ze van hun dermatoloog te horen dat ze zich geen zorgen hoeven te maken.
Rosen pleit er niet voor om het kind met het badwater weg te gooien en het internet en smartphones gewoon te dumpen. Maar hij zegt wel dat er naar dosering moet gezocht worden. Hij komt ook met een aantal tips voor internetverslaafden, om weer het juiste evenwicht te kunnen vinden in digitaal mediagebruik.