Van Achter (N-VA) noemt dreigende vakbondsacties rond Eurovisiesongfestival “ongepast”
Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA) noemt het “ongepast” dat de vakbonden ACV en ACOD dreigen met acties tijdens het Eurovisiesongfestival. “Stel je voor dat wij als politici zouden zeggen dat we het niet eens zijn met een programma van de VRT en er alles aan zouden doen om ervoor te zorgen dat het niet wordt uitgezonden”, zei ze donderdag in de Commissie Media.
De minister antwoordde in de commissie onder meer op vragen van M’Hamed Kasmi (Team Fouad Ahidar) en Jos D’Haese (PVDA). Die laatste stelde dat de deelname van België aan het Eurovisiesongfestival, dat omstreden is door de deelname van Israël, een “politieke beslissing” was. Hij verwees daarbij naar uitspraken van VRT-CEO Frederik Delaplace, die volgens hem had gezegd dat niet alleen de directie, maar ook de raad van bestuur achter de beslissing stond.
“Autonome beslissing”
Van Achter ontkende dat ten stelligste, en wees erop dat de VRT als autonome instelling zelf strategische beslissingen neemt. Over belangrijke beslissingen wordt het kabinet weliswaar geraadpleegd, maar de deelname aan het Songfestival was een “autonome beslissing” van de VRT zelf, klonk het. Ze verwees ook naar de stappen die de organisator, de European Broadcasting Union (EBU), volgens haar intussen heeft gezet, mede onder impuls van de VRT.
Dat de vakbonden nu met acties dreigen, vindt Van Achter “ongepast”. “Stel je voor dat wij als politici zouden zeggen dat we het niet eens zijn met een programma van de VRT en er alles aan zouden doen om ervoor te zorgen dat het niet wordt uitgezonden. Het land zou – terecht – te klein zijn. Iedereen zou spreken over politieke inmenging en de onafhankelijkheid van de VRT.”
PVDA-Kamerlid D’Haese hield echter voet bij stuk dat er sprake was van een politieke beslissing, waarbij hij Delaplace citeerde. Hij uitte er ook zijn onbegrip dat de minister zich niet uitsprak tegen de deelname van de VRT aan een festival met een “genocidaire staat”. Dat Van Achter tegelijk kritiek heeft op de reactie van het VRT-personeel, kon volgens hem evenmin door de beugel. “Ik kan die mensen alleen maar steunen”, besloot hij.