‘Boodschappenlijst’ NAVO is achterhaald, zegt defensieminister Francken
De bijdragen die de NAVO van elke lidstaat vraagt om Europa te kunnen verdedigen, zijn achterhaald, zegt minister van Defensie Theo Francken (N-VA). "De zaken die België nu van de NAVO moet aanschaffen, zijn niet de zaken die we nodig hebben als het oorlog is."
De NAVO werkt elke vier jaar bij wat de verdediging van Europa vraagt en stelt dan vast wat elk NAVO-land daarvoor aan troepen en materieel zou moeten leveren. De nieuwe zogenoemde capaciteitsdoelstellingen zouden er in 2029 moeten liggen. Maar dat gaat "te traag", zei Francken bij een defensieconferentie van nieuwszender Euronews in Brussel. "Ik denk dat we eerder en sneller moeten updaten."
"Iedere defensieminister" heeft "een hoop vragen over sommige capaciteiten" waar de NAVO nu nog op leunt, zegt Francken. Hij en collega's wijzen al langer op de snel veranderende oorlogsvoering, met bijvoorbeeld de opkomst van onbemande vlieg- en voertuigen en van AI. "Dus dat is iets waar we binnen de NAVO over moeten praten."
Komende maand overlegt de NAVO over de uitgangspunten van de nieuwe defensieplannen, bijvoorbeeld waar het grootste gevaar voor het bondgenootschap schuilt en wat de alliantie wil aankunnen. Het nieuwe “defensieplanningsproces” staat ditmaal onder extra spanning omdat de Verenigde Staten, de officieuze leider van de NAVO, hun aandeel in de verdediging van Europa afbouwen.
Afgelopen voorjaar schrapten de VS voor Europa gereserveerde hulptroepen en ze onderzoeken momenteel in welke Europese landen ze nog militairen willen houden. Europa moet zich vooral beter wapenen tegen luchtaanvallen, zegt Francken. Hij verwacht meer aanvallen in het grijze gebied tussen oorlog en vrede, zoals met drones. “Het wordt een duistere winter voor Europa.”