"Betrek ouders beter bij zorg voor autistisch kind"
Om de levenskwaliteit van jonge kinderen met autisme - en van de andere gezinsleden - te verbeteren, moeten de ouders meer betrokken worden bij de zorg voor hun kind. Ook moet bij het opstellen van de begeleiding meer rekening worden gehouden met de specifieke gezinssituatie en de levensstijl van elk gezin. Dat blijkt uit de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad (HGR).
Bij naar schatting een op de honderdvijftig mensen komt een vorm van autisme voor. De HGR, het orgaan dat wetenschappelijk advies geeft aan de FOD Volksgezondheid, onderzocht hoe de levenskwaliteit verbeterd kan worden van autistische kinderen onder de zes jaar. De raad kwam daarbij tot de conclusie dat het geheel van diensten en het onderwijs momenteel slechts voor een klein deel beantwoordt aan de behoeften van de kinderen en het gezin.
Om dat te verbeteren, beveelt de HGR onder meer aan om de mensen die professioneel vaak met peuters en kleuters omgaan - bijvoorbeeld het personeel op scholen en bij de kinderopvang - beter op te leiden. Zo kunnen signalen van autisme sneller worden vastgesteld. Maar dat heeft enkel zin als er daarna snel gespecialiseerde zorg kan worden voorgesteld, luidt het ook in de aanbevelingen van de HGR. "Zo snel mogelijk na de diagnose moet er een gecoördineerd aanbod van de dienstverlening komen", zegt Herbert Roeyers, hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie aan de Universiteit Gent. "Nu zien we dat leeftijd waarop de diagnose gesteld wordt, wel afneemt. Maar dat het aanbod niet mee evolueert in de richting van die jonge kinderen."
Belangrijk daarbij is ook dat de ouders meer betrokken en beter begeleid worden bij de zorg voor hun kind. "Nu moeten ouders vaak zelf hun weg beginnen zoeken in de jungle van aanbiedingen", zegt Roeyers. "De gezinnen moeten georiënteerd worden in de richting van een aanbod zonder wachtlijst, dat afgesteld is op hun individuele noden. Daar mogen geen maanden of jaren overgaan."