Expertenpanel wil ontslag om dringende reden voor proffen bij wangedrag
Vlaamse universiteiten moeten de wettelijke mogelijkheid krijgen om professoren bij ernstig grensoverschrijdend gedrag om dringende redenen te ontslaan.
Dat adviseert het evaluatiepanel grensoverschrijdend gedrag onder leiding van professor Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, in een doorlichting van de vijf Vlaamse universiteiten op vraag van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).
Het evaluatiepanel stelt vast dat de huidige tuchtprocedures te traag en log zijn. De statutaire bescherming van academici mag geen schild zijn voor wangedrag. Daarom adviseert het panel de decreetgever expliciet om ontslag om dringende reden mogelijk te maken wanneer feiten van grensoverschrijdend gedrag leiden tot een ernstige vertrouwensbreuk.
Grijze zone
Hoewel de universiteiten sinds 2018 zwaar hebben ingezet op meldpunten, botsen die structuren op hun limieten. Het overgrote deel van de meldingen betreft geen fysiek of seksueel geweld, maar een ‘grijze zone’ van pesterijen, onprofessioneel leiderschap en machtsmisbruik. Net daar knelt het schoentje: bij studenten en junior onderzoekers heerst soms wantrouwen. Ze vrezen represailles of geloven niet dat een melding effect zal hebben, omdat vertrouwenspersonen door hun geheimhoudingsplicht vaak machteloos staan tegenover hiërarchische oversten.
Een specifieke risicogroep zijn de stagiairs geneeskunde. Door hun grote afhankelijkheid van stagemeesters durven zij misbruik of overmatige werkuren amper aan te kaarten. Het panel tikt de universiteiten op de vingers: zij blijven verantwoordelijk, ook als de stage in een extern ziekenhuis plaatsvindt. Ook voor romantische relaties op de werkvloer is de huidige regelgeving te vaag. Er is nood aan duidelijkere afspraken over wanneer privérelaties wel of niet kunnen, zeker in gezagsrelaties.
Minder directe inmenging van rector
Bovendien pleiten de experten voor minder directe inmenging van de rector in tuchtsancties. Het is “niet aangewezen” dat een rector zich uitspreekt over individuele tuchtdossiers; dat werk moet naar commissies met externe leden. Opvallend: om te vermijden dat academici die zwaar in de fout gaan, via de achterdeur elders weer aan de slag kunnen, suggereert het panel om informatie over zware sancties te delen tussen instellingen.
Tot slot wordt gewaarschuwd voor het afsluiten van dadingen met zwijgplichtclausules. Die regelingen voeden de perceptie van doofpotoperaties en zijn nefast voor het vertrouwen in de instelling.