OVSG wil objectieve criteria voor administratieve omkadering scholen
De gemeentelijke onderwijskoepel OVSG vraagt dat er duidelijke en objectieve criteria komen om de administratieve omkadering in het onderwijs te bepalen. Dat schrijft de OVSG in het maartnummer van 'Imago', het tijdschrift voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs.
De OVSG is de koepelorganisatie van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. De organisatie vroeg zich af hoe de administratieve omkadering vandaag de dag verdeeld is tussen de verschillende onderwijsniveaus.
Uit een online enquête bij stedelijke en gemeentelijke scholen van verschillende onderwijsniveaus blijkt, dat het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs in verhouding tot hun leerlingenaantallen en aantallen personeelsleden beduidend minder omkadering krijgen dan het secundair onderwijs.
Te veel administratie voor directeur
Voor basisscholen en academies is het gevolg vaak dat de directeur de administratieve taken voor zijn rekening neemt, waardoor hij minder toekomt aan zijn pedagogisch en leidinggevend werk.
Het artikel in het OVSG-blad Imago verwijst ook naar een rapport van het Rekenhof van 15 juni 2010 over de pedagogische en administratieve ondersteuning van basisscholen en secundaire scholen. Dat rapport stelde ook al het gebrek aan transparantie in de criteria voor toekenning van enveloppen aan de kaak.
De OVSG vraagt dat er duidelijke en objectieve criteria bepaald worden om de administratieve omkadering in het onderwijs toe te kennen. Het aantal te behandelen leerlingen- en personeelsdossiers speelt hierbij zeker een rol, maar - zo vindt de OVSG - allicht kunnen ook heel wat andere elementen verschillen verantwoorden, zoals het aantal vestigingsplaatsen, de openingsuren van de instelling of de eventuele extra taaklast omwille van regelgeving.