UGent geen voorstander van brede bachelors
De decanen van de elf Gentse faculteiten zijn geen voorstander van brede bachelors. Dat heeft de Gentse rector Paul Van Cauwenberge (foto) gezegd als reactie op een voorstel van de Leuvense rector Mark Waer.
"Het voorstel voor brede bachelors werd bij alle decanen afgetoetst, maar die willen eerder verdiepende bachelor- en verdiepende masteropleidingen", aldus Van Cauwenberge. "Gent is dus geen vragende partij voor verbredende bacheloropleidingen. We moeten het van de kwaliteit hebben, eerder dan van het breed uitsmeren. Bovendien is het keuzevakkensysteem erop gericht dat studenten niet alleen vakken puur uit hun richting moeten volgen." Van Cauwenberge zegt dat met de keuze voor verdiepende bachelors de discussie niet gekoppeld wordt aan die van de tweejarige masters.
Wat de rationalisering van het vakkenbaanbod betreft, wijst Van Cauwenberge erop dat de UGent met een dergelijke operatie bezig is sinds het eerste rapport Soete (uit 2008 over optimalisatie en rationalisatie van het hogeronderwijslandschap en -aanbod, red.). "Samen met de VUB hebben we gekeken waar gerationaliseerd kan worden in richtingen die weinig studenten telden, zoals in de fysica of chemie. Bepaalde specialisaties in masteropleidingen werden ontdubbeld en er werd ook gewerkt met afstandsonderwijs. Op die manier konden ook professoren maximaal ingezet worden."
Van Cauwenberge zegt wel te beseffen dat dergelijke maatregelen soms tot een sociaal passief leiden. "Binnen de universiteit kan personeel makkelijker in andere richtingen ingezet worden, over de instellingen heen loopt dat wat moeilijker, onder meer door de financiering en omwille van de verschillende statuten."
Geneeskunde en tandheelkunde
Ook het voorstel van Waer voor een toelatingsproef waarbij de beste studenten pas na het derde jaar hun artsenstudies kunnen afwerken, wordt niet gedeeld door Van Cauwenberge. "Met een brede bachelor in de biomedische wetenschappen, gevolgd door een master van drie jaar, waarvan er één jaar aan stage gespendeerd wordt, schiet er in de masterjaren maar twee jaar over en dat is bijzonder weinig", aldus Van Cauwenberge, die erop wijst dat studies geneeskunde al van zeven naar zes jaar verminderden. "De duurtijd van de opleiding laat echt niet toe om de eerste drie jaar breed biomedisch te gaan. We willen studenten vanaf het eerste jaar in contact brengen met geneeskunde, al worden klinische vakken pas vanaf het tweede en derde jaar gegeven." De decanen geneeskunde van alle universiteiten vergaderen op 21 november over de kwestie.
Van Cauwenberge wil verder dat er gesleuteld wordt aan de toelatingsproef voor de richting tandheelkunde, of dat die proef afgeschaft worden. Momenteel moeten kandidaat-studenten tandheelkunde dezelfde toelatingsproef afleggen als kandidaat-studenten geneeskunde.
Volgens Van Cauwenberge zijn er in Wallonië ruim 700 studenten tandheelkunde, in Vlaanderen maximaal 250. In Gent startte dit jaar een absoluut minimum van zestien studenten, over heel Vlaanderen nog geen vijftig. "De finale doelstellingen voor de opleiding tandheelkunde zijn anders, het medische speelt een belangrijke rol, maar nog belangrijker is het technologische. De opleidingen zijn heel verschillend, in het eerste jaar komen de vakken voor de helft overeen met die van geneeskunde, in het tweede jaar zijn die opleidingen bijzonder uiteenlopend."
Een ander voorstel is het afschaffen van de toelatingsproef. "Maar dan zetten we misschien de deur open voor studenten die afzakken van geneeskunde, en dat is ook niet de beste motivering."
In Wallonië kon tot nu pas na het derde jaar de beste cohorte overgaan naar een master geneeskunde, vanaf januari komt er een proef na het eerste semester, waarbij de beste 800 over heel Franstalig België kan verder studeren.