Vrouwen in het hoger onderwijs: goede punten voor België
De helft (50,7 procent) van de Belgische vrouwen tussen 30 en 34 jaar oud was in 2012 in het bezit van een diploma hoger onderwijs, tegenover 37 procent van de Belgische mannen (eveneens tussen 30 en 34 jaar). Dat blijkt uit gegevens die het Europese statistiekbureau Eurostat bekendgemaakt heeft naar aanleiding van de Internationale Vrouwendag morgen. Er zijn in ons land ook aanzienlijk minder vrouwelijke dan mannelijke vroegtijdige schoolverlaters. Wel werkt een groter deel van de mannelijke bevolking dan de vrouwelijke. En bijna de helft (43,5 procent) van alle vrouwen werkt deeltijds.
Algemeen is in de Europese Unie 39,9 procent van de vrouwen en 31,5 procent van de mannen houder van een diploma hoger onderwijs. In onder meer Finland, Zweden, Cyprus en Litouwen heeft meer dan de helft van de vrouwen (30-34 jaar) een diploma hoger onderwijs. Slechtste leerlingen van de Europese klas op dit vlak zijn Malta, Roemenië en Italië. Slechts een kwart van de vrouwen en nog geen vijfde van de mannen heeft in Italië hogere studies afgewerkt. Opvallend, enkel in het Groothertogdom Luxemburg hebben meer mannen dan vrouwen een diploma hoger onderwijs.
Wat betreft het aantal vroegtijdige schoolverlaters scoren de Italianen slecht. Nog erger is het echter in Portugal en Spanje: 20 procent van de jonge Spaanse vrouwen en 28 procent van de mannen verlaat er vroegtijdig de school. België schommelt met 9,5 procent vrouwelijke en 14,4 procent mannelijke schoolverlaters rond het EU-gemiddelde.
De betere situatie voor jonge vrouwen, met minder vrouwelijke dan mannelijke schoolverlaters en meer vrouwelijke hooggeschoolden, trekt zich echter niet door op de arbeidsmarkt. In de EU werkt 58,5 procent van de vrouwen, tegenover 69,6 procent van de mannen. In België is dit respectievelijk 56,8 en 66,9 procent, onder het Europese gemiddelde dus. Voorts blijkt dat veel meer vrouwen dan mannen deeltijds (daaronder valt ook de viervijfdewerktijdregeling) werken. Bijna één op twee Belgische vrouwen werkt deeltijds, bij mannen is dit slechts één op tien (9 procent).