Het stikt van de landgenoten op vakantie en dat verstikt ons
De parking van de Intermarché ergens in de Cévennes - en niet alleen dáár - telt meer Belgische nummerplaten dan Franse op het siesta-uur. We weten dat we alweer méér Vlaams dan Frans zullen horen binnen in de supermarkt. Net als thuis dus. Maar we zijn wel op vakantie in Frankrijk! We zullen de aanwezigheid van onze landgenoten nog maar eens halvelings proberen te negeren, net zoals zij dat ook met óns doen. Liever geen 'teleportatie' van de eigen dagelijkse leefwereld naar ons geliefde vakantieoord, toch?
We herinneren ons nog de nostalgische tijd toen we als kind onderweg naar het zuiden zo veel mogelijk Belgische nummerplaten probeerden te spotten op de autostrada. Dat kon al makkelijk als kleuter, want je hoefde niet meteen tot honderd te kunnen tellen. Op de vakantiebestemming zelf was het gewoon leuk om nog eens je eigen taal te horen. Er werd duchtig verbroederd met sympathieke landgenoten, die op z'n minst toch al dezelfde reissmaak hadden. Dat liep sporadisch zelfs uit tot langere vriendschappen op het thuisfront.
Nederlands tot op de pot
Maar dat lijken nu vervlogen tijden. Je kan vandaag als jonge passagier op de achterbank maar beter iets als gele Mini Coopers tellen om het tijdverdrijvende afleidingsspelletje van weleer nog enigszins spannend te houden. Onbegonnen werk is het de tel van rood-witte nummerplaten bij te houden. Hónderden Belgische wagens tsjokken tegenwoordig samen met jou naar dezelfde warmere oorden. Je kan geen 'aire de repos' meer aandoen zonder een Nederlandstalige naast je aan de toiletten te treffen. Geen tankbeurt of er staat een ronkende auto met een verstaanbaar gezin in aan te schuiven achter jou. En dan hebben we het niet langer in de eerste plaats over onze je-ziet-ons-ook-overal-noorderburen. Wij vonden dit jaar zelfs Nederlandstalige voorschriften op de wc van een restaurant in een klein Frans dorpje. Tot op de pot dus!
Dag vreemde man
Trop is te veel en te veel is trop. De aangename herkenning en kennismaking blijven vandaag dan ook meestal uit. We doen liever of onze neus bloedt als het kroost ons nog maar eens in de zij port met de woorden: "Luister, die spreken onze taal!" Ook zij geven het trouwens na een paar dagen al op. De aantrekkelijke verwondering maakt plaats voor een lichte vorm van onbehagen. Toch niet wéér Belgen? Waar zit nog het exotische van onze reis? De vreemde taal, de vreemde munt, de vreemde mensen? Dat ontspannende gevoel om toch meer dan duizend kilometer verder aan de dagelijkse sleur van het thuisland te kunnen ontsnappen?
Gelukkig vinden we dat nog altijd wel, maar soms is het wat vérder zoeken. Figuurlijk, op minder toeristische locaties. En voor wie het er écht moeilijk mee heeft, dan maar letterlijk.