EU onderzoekt of afspraken over data-uitwisseling met VS kunnen doorgaan
De Europese Commissie onderzoekt of persoonsgegevens op basis van de bestaande afspraken naar Amerikaanse bedrijven kunnen blijven worden doorgestuurd. Aanleiding is twijfel over de onafhankelijkheid van een belangrijke Amerikaanse toezichthouder na een uitspraak van het Hooggerechtshof.
Het gaat om het EU-US Data Privacy Framework (DPF). Deze regeling maakt het mogelijk om persoonsgegevens vanuit de Europese Unie snel en legaal te delen met gecertificeerde Amerikaanse bedrijven, zoals Google en Meta. Organisaties hoeven daarvoor geen aparte contracten met elk bedrijf te sluiten.
De Europese Commissie heeft binnen deze regeling bepaald dat de VS de gegevens voldoende beschermt volgens de Europese privacywet AVG. Een belangrijke voorwaarde is wel dat Amerikaanse toezichthouders onafhankelijk kunnen werken.
Daarover zijn nu twijfels ontstaan. Door een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof mag een president naar eigen inzicht leden van de Federal Trade Commission (FTC) ontslaan en benoemen. De uitspraak roept daarom vragen op over de onafhankelijkheid van de FTC, aldus de Nederlandse staatssecretaris voor Rechtsbescherming en Gevangeniswezen, Claudia van Bruggen.
Voorlopig verandert er niets
De Commissie bekijkt wat de uitspraak betekent voor het DPF en onderzoekt de mogelijke gevolgen. Het is nog niet bekend wanneer dat onderzoek afgerond is. Tot die tijd mogen organisaties het framework blijven gebruiken voor gegevensoverdracht naar de VS. Als de VS echter niet meer aan de voorwaarden voldoet, schort de Commissie het DPF op.
Organisaties moeten dan andere bepalingen uit de AVG gebruiken om gegevens uit te kunnen wisselen tussen de EU en de VS. Persoonsgegevens kunnen bijvoorbeeld worden gedeeld op basis van standaardcontracten of bindende interne regels voor bedrijven. In uitzonderlijke gevallen kunnen zij een beroep doen op uitzonderingen van de AVG.