Duizenden vluchtelingen slapen noodgedwongen op straat in Boedapest
Duizenden vluchtelingen hebben de nacht van dinsdag op woensdag in open lucht doorgebracht in de omgeving van het station van de Hongaarse hoofdstad Boedapest. De politie verhindert hen de toegang tot het stationsgebouw, alhoewel velen een vervoersbewijs richting Duitsland hebben.
De hygiënische toestanden zijn uiterst precair. Voor 2.000 à 3.000 migranten uit de oorlogsgebieden in de Arabische regio zijn er maar vier mobiele toiletten. Enkel de organisatie Migration Aid biedt hulp door voedsel en kleding van milde schenkers te verdelen en de mensen indien nodig medische verzorging te geven.
Anders dan maandag laat Hongarije de vluchtelingen niet verder reizen. De politie omsingelde dinsdagnacht ruim 300 vluchtelingen aan het station Köbanya-Kispest in de rand van Boedapest, die van daaruit naar Duitsland wilden doorreizen. Ze werden in Hongarije geregistreerd en waren officieel per trein onderweg naar het vluchtelingenkamp in het Noord-Hongaarse Debrecen. Ze waren echter al in Boedapest uit de trein naar Debrecen gestapt om op een trein richting West-Europa over te stappen.
Tentenkamp
Naast het Ooststation van Boedapest (Keleti Pályaudvar), het grootste van de drie internationale spoorwegstations in de Hongaarse hoofstad, moet over twee weken een tentenkamp opgericht zijn, dat tijdelijk 800 tot 1.000 vluchtelingen kan opnemen. Het stadsbestuur nam die beslissing vandaag en keurde hiervoor een bedrag van 373 miljoen forint (ongeveer 1 miljoen euro) goed. "Dit is wel niet onze taak maar we doen het uit morele overwegingen, we moeten de situatie ook voor onze eigen veiligheid aankunnen", zei burgemeester Istvan Tarlos, een partijvriend van de rechtse premier Viktor Orban.
Ondanks de nieuwe grensafsluiting kwamen dinsdag 2.284 nieuwe vluchtelingen in Hongarije aan, aldus de politie. Hongarije heeft aan de grens met Servië een vier meter hoge, 175 kilometer lange grensafsluiting gebouwd met het doel de illegale immigratie op die route te verhinderen.