Arabisch rukt op in Brussel
De derde taalbarometer van het Brusselse onderzoekscentrum BRIO toont de steeds groter wordende diversiteit in de hoofdstad aan. De kennis van het Frans, Nederlands en Engels is afgenomen, terwijl die van het Arabisch toeneemt. Er worden in totaal maar liefst 104 thuistalen gesproken. Dat blijkt uit een steekproef bij 2.500 volwassen Brusselaars.
Het aantal Brusselaars dat goed tot uitstekend Frans spreekt is tegenover de vorige taalbarometer gedaald van 95 tot 88 procent. Het Nederlands is met 5 procent gedaald tot een vierde en Engels eveneens met 5 tot 30 procent. Het aantal Brusselaars dat goed tot uitstekend Arabisch spreekt is daarentegen met meer dan een tiende gestegen. Bijna een vijfde van de Brusselse bevolking spreekt vandaag Arabisch.
Thuistaal
Het Nederlands wint wel wat terrein als oorspronkelijke thuistaal, al is dat in combinatie met het Frans. Een derde van de Brusselaars groeide op in een gezin waar noch Nederlands noch Frans werd gesproken. Brusselaars uit eentalig Franstalige en Nederlandstalige gezinnen vormen samen nog geen meerderheid.
Van de -25-jarigen groeide de helft op in een gezin waar twee of meer talen worden gesproken. Als er voor een tweede gezinstaal wordt gekozen is dat meestal Frans, maar die verdringt de oorspronkelijke thuistalen niet. Sommige migrantentalen winnen juist aan populariteit bij de jongeren.
Onderwijs
Er groeit een generatie jonge Brusselaars op die het Engels en het Nederlands maar beperkt beheerst. Volgens het onderzoek faalt het onderwijs op het vlak van taal en is het dringend nodig om in te zetten op meertaligheid. Eerder was al duidelijk dat de slechte taalkennis een van de gevolgen is voor de hoge jeugdwerkloosheid in de hoofdstad.
Combinatie
Toch communiceren de vele diverse taalgroepen in Brussel met elkaar in combinaties van die drie talen of in een migrantentaal. Dat blijkt uit het tweede deel van de Taalbarometer dat het taalgebruik binnen het publieke en private domein aantoont.
Er wordt niet langer één taal gekozen om te communiceren, maar de laatste Taalbarometer toont aan dat de drie contacttalen Nederlands, Frans en Engels worden gecombineerd en migrantentalen ook meer en meer worden gebruikt. Er ontwikkelt zich een minder strikt omlijnde omgangstaal, met Frans als basis, maar met invloeden van andere talen. Sociale wetenschappers noemen het fenomeen "glocalisering".
Breuklijnen
De nieuwe Taalbarometer toont nieuwe maatschappelijke breuklijnen. Een eerste is die tussen de stad en haar hinterland, tussen de link van de traditionele taalgemeenschappen in Brussel en die erbuiten. De tweede is de taalkeuze, met de vraag of Vlaamse en Franstalige instellingen in hun talen blijven functioneren of dat ze ook openstaan voor andere talen. De laatste en belangrijkste is de keuze tussen een stedelijke gemeenschap of en gemeenschap gebaseerd op taal.
Taalgebruik in de hoofdstad is niet langer een confrontatie tussen talen die de strijd aangaan met elkaar, zoals de communautaire kwestie telkens weer aantoont. Uit de taalbarometer blijkt dat de Brusselaars geen toekomst met Vlaanderen, noch met Wallonië zien zitten. In hun verenigingsleven is meertaligheid immers de norm. De meeste ondervraagden identificeren zich ook als Brusselaar.