Belgische neanderthalers aten elkaar 40.000 jaar geleden op
Neanderthalers aten zo'n 40.000 jaar geleden hun eigen soortgenoten op. Die akelige ontdekking deden wetenschappers in een grot in Goyet, bij Namen. Ze vonden er beenderen met markeringen die wijzen op opzettelijke slachtpartijen.
De ontdekking komt niet als een complete verrassing. Eerdere vondsten in Spanje en Frankrijk deden ook al vermoedens rijzen van kannibalisme bij neanderthalers. Maar de Belgische beenderen zijn het eerste bewijs daarvan ten noorden van de Alpen.
De beenderen vertoonden snijmarkeringen, putjes en inkepingen. Dat wijst volgens de onderzoekers, die hun studie publiceerden in Scientific Reports, op een opzettelijke slachtpartij. De neanderthalers gingen daarbij grondig te werk: eerst werden hun soortgenoten gevild en daarna in stukken gesneden. Er zijn zelfs indicaties van de extractie van beenmerg.
"Dat doet ons besluiten dat neanderthalers aan kannibalisme deden", zegt onderzoeker Hervé Bocherens van de universiteit van Tübingen. "De vele overblijfselen van paarden en rendieren die we in Goyet vonden, waren immers op exact dezelfde manier verwerkt."
De neanderthalers waren niet alleen kannibalen, ze vervaardigden ook gereedschappen uit de beenderen van hun eigen soort. Een dijbeen en drie scheenbenen waren gebruikt om stenen werktuigen vorm te geven.
'De vele overblijfselen van paarden en rendieren in Goyet waren op exact dezelfde manier verwerkt'