"Vlaamse huisartsen maken veel fouten bij diagnose depressie"
Vlaamse huisartsen gebruiken om depressies vast te stellen zelden gestandaardiseerde vragenlijsten, maar doen hiervoor een beroep op hun ervaring of buikgevoel. Hun oordeel komt evenwel niet altijd overeen met de resultaten van de vragenlijst. Dat schrijft Sophie Liekens van de Onderzoeksgroep Klinische Farmacologie en Farmacotherapie van de KU Leuven in haar doctoraatsverhandeling, meldt de Campuskrant van de KU Leuven.
Uit interviews met 31 Vlaamse dokters concludeert Liekens dat weinig onder hen de officiële richtlijnen raadplegen zoals de depressieschaal van Beck of de HADS-schaal. Dit laatste is een vragenlijst die wereldwijd gebruikt wordt in klinisch onderzoek en die gevoelens van angst en depressie weergeven. Dokters vinden volgens de onderzoekster zo'n test kunstmatig en tijdrovend.
Uit de vergelijking van de diagnoses van 136 patiënten die antidepressiva voorgeschreven kregen met hun resultaten op de HADS-schaal bleek 15 procent van de patiënten die door de artsen als zwaar depressief werden omschreven volgens de test gezond. Tegelijkertijd zagen de artsen zware depressies vaak over het hoofd. "Patiënten die zelf zeiden dat medicatie hen zou helpen, kregen een ernstigere diagnose", aldus de onderzoekster.
Liekens stelt zich vragen bij de manier waarop huisartsen antidepressiva voorschrijven. "Artsen baseren hun diagnose vooral op wat de patiënt hen vertelt en welke symptomen ze zelf waarnemen. Een diagnose stellen, is echter stukken gecompliceerder. Terwijl er vroeger te weinig werd ingegrepen, wordt er nu misschien te snel voorgeschreven. Er is wel degelijk sprake van een groeiende medicalisering van stress en soortgelijke problemen."
Artsen baseren hun diagnose vooral op wat de patiënt hen vertelt en welke symptomen ze zelf waarnemen. Een diagnose stellen, is echter stukken gecompliceerder