Water in atmosfeer Jupiter door botsing met komeet
De Europese ruimtetelescoop Herschel heeft de afkomst ontdekt van het water dat zich in de bovenste lagen van de planeet Jupiter bevindt. Het water is afkomstig van de komeet Shoemaker-Levy 9 die in juli 1994 met de reuzenplaneet is gebotst. Dat meldt het Europese Ruimtevaartbureau ESA.
Tijdens de week van de impact zijn fragmenten van de "staartster" in het zuidelijk halfrond van de reuzenplaneet ingeslagen. Wekenlang waren er donkere inkepingen te zien in de atmosfeer van Jupiter. Het was de eerste keer dat wetenschappers naar een botsing van hemellichamen in ons zonnestelsel konden loeren.
De in 1995 gelanceerde Europese infrarode ruimtetelescoop ISO ontdekte in 1997 als eerste en verrassend water in de bovenste lagen van de dampkring van Jupiter. Wetenschappers vermoedden sindsdien dat dit water van Shoemaker-Levy 9 kwam, maar vonden geen direct bewijs.
Tot zestien jaar na de inslag heeft de telescoop Herschel - die aan de universiteit van Luik werd getest - driedimensionaal de horizontale en verticale verdeling van water in de bovenste lagen van de Joviaanse atmosfeer in kaart gebracht. Een team van astronomen - geleid door Thibault Cavalié van het Laboratorium voor Astrofysica in Bordeaux - stelde daarbij vast dat er in het zuidelijk halfrond van de planeet twee tot drie keer meer water was dan in het noordelijk halfrond. De hoogste concentratie werd ontdekt rond de plaatsen van impact en op grote hoogte.