Dodental zware aardbeving China loopt op tot 89
Bij een aardbeving in het noordwesten van China zijn vandaag minstens 89 dodelijke slachtoffers gevallen. Meer dan 600 mensen raakten gewond, zo blijkt uit een nieuwe balans van de regering in de Chinese staatsmedia.
Volgens de autoriteiten zijn 1.200 gebouwen ingestort en nog eens 21.000 zwaar beschadigd. In enkele gemeenten viel de elektriciteit uit. Daarnaast zijn enkele treinverbindingen onderbroken. De lokale autoriteiten stuurden honderden soldaten, agenten en andere hulpverleners om te helpen bij de redding van slachtoffers, aldus de Chinese staatsmedia.
Tweede schok
De beving deed zich voor om 7.45 uur lokale tijd (1.45 uur) in Gansu, een provincie die voor grote delen met woestijn is bedekt. Het epicentrum bevond zich 170 kilometer ten zuidoosten van de provinciehoofdstad Lanzhou, op een diepte van 9,8 kilometer. Zowat anderhalf uur later was er een tweede schok met kracht van 5,6. Het Amerikaanse geofysische instituut USGS becijferde de kracht van de eerste beving op 5,9. De seismologische dienst van de provincie Gansu ging aanvankelijk uit van een kracht van 6,6. Zo'n 22.000 inwoners zouden een "zeer zware beving" hebben gevoeld, 127.000 een "zware beving".
Het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) zei dat haar Chinese afdeling op weg is naar de getroffen provincie. De internationale hulporganisatie stuurt ook hulpgoederen zoals 200 tenten en 1.000 paketten voor gezinnen met levensnoodzakelijk materiaal.
Noodweer
"Hevige regenval is voorspeld in het door de ramp getroffen gebied, wat een invloed kan hebben op de reddingsinspanningen en het gevaar van aardverschuivingen stelt", zei het ICRC nog.
In de relatief lichtbevolkte regio wonen zo'n 26 miljoen mensen.