Japan twee jaar na tsunami: leven herstelt zich, maar ravage blijft zichtbaar
De grootste puinhoop van de aardbevingen en de tsunami die Japan op 11 maart 2011 troffen, zijn grotendeels verdwenen. In het noordoosten is de ravage nog steeds zichtbaar, op andere plaatsen in het herstel ingezet.
Hier en daar stijgen nieuwe gebouwen in het landschap op en de restanten van huizen en verloren levens zijn opgeruimd. De wegen zijn heraangelegd, de verwrongen sporen zijn hersteld. Dorpen en steden proberen het normale leven weer te hervatten, hoewel de populatie door de tragedie fel geslonken is. Sommige jobs zijn teruggekeerd, er liggen nieuwe vissersboten in de haven en de economie lijkt stilaan weer te groeien.
We herinneren ons nog de indrukwekkende beelden van schepen die door de vloedgolf op derde verdieping van een gebouw gedumpt waren. Dat zijn beelden die enkel nog op foto's te zien zijn. Maar de herinneringen zullen bij de bevolking altijd blijven. Nog steeds hebben kinderen nachtmerries over de enorme watermassa die hun dorpen opslokte en de meeste families worden iedere dag herinnerd aan het feit dat ze in een kwestie van seconden één of meerdere geliefden verloren. Zeker 19.000 mensen vonden de dood door de tsunami.
Nooit terug
Vooral in hoger gelegen gebieden wordt het leven hervat. Visfabrieken zijn heropgebouwd, terwijl sushirestaurants en karaokebars openen in tijdelijke hutten. De meeste gemeenschappen willen nooit meer terugkeren naar de gebieden die door de tsunami overspoeld werden. Veel mensen twijfelen echter en slagen er niet in de draad opnieuw op te pikken.
Fukushima, dat getroffen werd door een kernramp, ondervindt de grootste moeite om zich te herstellen. Een groot deel van de omgeving werd blootgesteld aan straling en honderdduizenden mensen moesten hun woning verlaten. Sommige mensen zijn inmiddels naar hun dorpen kunnen terugkeren, maar veel slachtoffers wonen momenteel elders in Japan. Waarschijnlijk zullen sommige streken nog decennia lang onbewoonbaar zijn.