Tyfoon eist 13 doden op Filipijnen
Op de Filipijnen heeft de doortocht van de tyfoon Nari aan minstens dertien mensen het leven gekost. De tropische storm Nari heeft in de Filipijnen zeker 13 levens geëist. Meer dan 2 miljoen mensen kwamen zonder stroom te zitten nadat de tyfoon over Luzon, het grootste eiland van de Filipijnen, was getrokken. Minstens zeven personen, onder wie enkele vissers, worden vermist.
In de noordelijke provincies Pampanga, Tarlac en Nueva Ecija vielen zes slachtoffers te betreuren, onder wie een 16-jarig meisje dat onder een omgevallen boom terechtkwam. In de provincie Bulacan verdronken twee kinderen en een bejaarde persoon.
Nari trof vrijdagnamiddag eerst de oostelijke kust van het land, waar de tropische storm zorgde voor omgewaaide elektriciteitspalen en ontwortelde bomen, en trok vervolgens over de vruchtbare eilandengroep Luzon naar het westen. Op de eilandengroep zitten na de doortocht van Nari 2,1 miljoen mensen zonder stroom. Ook zijn heel wat daken van woningen afgerukt.
De hoofdstad Manilla bleef gespaard, nadat de autoriteiten er eerder waarschuwden voor overstromingen.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zag zich, als gevolg van het dreigende natuurgeweld, genoodzaakt een officieel bezoek aan de Filipijnen uit te stellen.
De tyfoon is intussen op weg naar de noordelijke kust van Vietnam en wint nog aan kracht, met windvlagen die tot 120 km/uur kunnen halen.